Bemesting tijdens de zomer? ‘Bezint eer ge begint’

Nu de oogstperiode voor een aantal hoofdteelten is ingezet, zal er volgens de traditie opnieuw dierlijke mest gevoerd worden tijdens de komende weken op landbouwpercelen met een nateelt of vanggewas. De Mestbank vraagt om hier heel terughoudend en beredeneerd mee om te gaan. Door de aanhoudende droogte in het voorjaar van 2017 is bemesting immers niet zonder risico’s. Landbouwers die getroffen zijn door een lagere gewasopbrengst, of in het extreme geval een mislukte teelt, moeten er rekening mee houden dat er nog veel nitraat aanwezig kan zijn in de bodem. Het is dan veelal niet nodig om de nateelt of het vanggewas nog bijkomend te bemesten, aangezien die gewassen het nog beschikbare nitraat in de bodem kunnen benutten. Landbouwers met een mestoverschot zoeken best tijdig andere mestafzetmogelijkheden zoals mestverwerking of extra opslag om een te hoog nitraatresidu in het najaar en verliezen van nutriënten naar het grond- en oppervlaktewater te vermijden.

Ondanks de beperkte regenval van de voorbije dagen, blijft de landbouwsector kreunen onder de droogte. Volgens het KMI was de droogte in de maanden april, mei en juni 2017 uitzonderlijk in 150 gemeentes. Voornamelijk de westelijke helft van het land werd getroffen door de droogte, maar ook in bepaalde streken in de oostelijke helft van het land was het kurkdroog.

Op bepaalde percelen heeft de aanhoudende droogte geleid tot schade aan de landbouwgewassen. Recent heeft minister Joke Schauvliege daarom de procedure opgestart bij het Vlaams Landbouwrampenfonds. Landbouwers kunnen de geleden droogteschade melden bij hun gemeente, die de teeltschade zal vaststellen en doorgeven aan het departement Landbouw en Visserij.

Door de verminderde gewasopbrengst is er ook minder stikstof opgenomen tijdens het groeiseizoen en kan er daardoor nog veel nitraat aanwezig zijn in de bodem. De getroffen landbouwers doen er daarom goed aan om een vanggewas (of andere nateelt) in te zaaien. Zo kan het beschikbare nitraat opgenomen worden door de planten en wordt het niet uitgespoeld naar het grond- en oppervlaktewater. Bijkomende bemesting is in die omstandigheden veelal niet nodig. Het is wel belangrijk om het vanggewas tijdig in te zaaien, zodat het voldoende tijd heeft om zich te ontwikkelen.

In een recent artikel “De mogelijkheden van groenbedekkers op een rij” (Management & Techniek, 13, 14 juli 2017) raadt het CVBB aan om na de teelt van aardappelen en groenten, de groenbedekker niet te bemesten omdat die teelten in de meeste gevallen een rijke bodem nalaten na de oogst. In datzelfde artikel wordt het verschil met graangewassen aangekaart die doorgaans een vrij stikstofarme bodem achterlaten na de oogst. Voor een goede ontwikkeling en dus stikstofopname, kan een beperkte startbemesting van de groenbedekker nuttig zijn. Dit rijmt met de bevindingen van recente onderzoeken die aantonen dat in goede omstandigheden, een beperkte bemesting van het vanggewas geen verhoogd uitspoelingsrisico en nitraatresidu teweegbrengt. In de praktijk is het aanwenden van een beperkte hoeveelheid stikstof uit dierlijke mest geen sinecure, zeker voor dierlijke mest met een hoge N-inhoud zoals vleesvarkensmengmest. Bekijk daarom goed welke alternatieven er zijn zoals effluenten, runderengier en eventueel zeugenmest. Die meststoffen hebben een lagere N-inhoud waardoor ze fijner te doseren zijn. De Mestbank raadt evenwel aan om, gelet op de uitzonderlijke droogte, ook na de teelt van graangewassen heel terughoudend om te springen met de eventuele bemesting van het vanggewas en die bij voorkeur te vermijden in 2017. Ook goede bodemomstandigheden, zoals een voldoende hoog vochtgehalte, zijn essentieel voor een geslaagd vanggewas.

Uit Nitraatresidurapport 2017 van de Mestbank blijkt dat een vanggewas na de teelt van granen leidt tot een lager nitraatresidu, maar dat dit niet na alle teelten het geval is. Een te late inzaai van het vanggewas al dan niet gecombineerd met een te hoge bemestingsdosis in de zomer, ligt hier volgens de Mestbank aan de basis.

Landbouwers hebben het hard te verduren door de aanhoudende droogte. Maar toch hebben ze meer in de hand dan ze op het eerste zicht zouden denken. De Mestbank raadt aan de bemesting in de zomermaanden tot het minimum te beperken en om tijdig op zoek te gaan naar voldoende mestopslag of andere mestafzetmogelijkheden zoals mestverwerking om een te hoog nitraatresidu in het najaar en verliezen van nutriënten naar het grond- en oppervlaktewater te vermijden.

Contacteer ons
Els Lesage Dienst Mestbeleid, Vlaamse Landmaatschappij
Paul De Ligne Diensthoofd Communicatie en woordvoerder, Vlaamse Landmaatschappij
Els Lesage Dienst Mestbeleid, Vlaamse Landmaatschappij
Paul De Ligne Diensthoofd Communicatie en woordvoerder, Vlaamse Landmaatschappij
Over Vlaamse Landmaatschappij

De NV Vlaamse Landmaatschappij is een Extern Verzelfstandigd Agentschap van de Vlaamse overheid onder de bevoegdheid van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw.

Voor de VLM is een veerkrachtige open ruimte vol leven het antwoord op uitdagingen als verstedelijking en klimaatverandering. We versterken de open ruimte door mee te werken aan het beleid en door te investeren in bodem- en waterkwaliteit, biodiversiteit en infrastructuur. We zorgen voor een mooi landschap en een gezonde omgeving, waar het goed is om te leven en te werken en waar er ruimte is voor ontspanning. 

De VLM werd opgericht in 1988 en stelt ongeveer 600 personeelsleden te werk via 6 kantoren te Brugge, Gent, Brussel, Leuven, Herentals en Hasselt.

De foto's in onze perskamer zijn eigendom van de Vlaamse Landmaatschappij. Het gebruik van die foto's is toegestaan mits bronvermelding (copyright Vlaamse Landmaatschappij).

Vlaamse Landmaatschappij
Leen Van den Bergh
Woordvoerder VLM
Koning Albert II laan 15
1210 BRUSSEL