Bodempioniers komen samen bij landbouwer Bram Dauchy in Wijtschate

Tien bodempioniers uit diverse sectoren bedenken dit jaar innovatieve oplossingen om de Vlaamse bodems toekomstbestendig te maken. Op 21 februari kwamen ze bijeen voor een kennisuitwisseling op het bedrijf van bodempionier Bram Dauchy in het West-Vlaamse Wijtschate.

De bodempioniers bezoeken een veld met een mengsel van groenbedekkers. ©Vlaamse Landmaatschappij, Steffie Geysens
De bodempioniers bezoeken een veld met een mengsel van groenbedekkers. ©Vlaamse Landmaatschappij, Steffie Geysens

De bodempioniers zijn een diverse groep van bodemgebruikers en -kenners, waaronder landbouwers, een tuinaannemer, een landschapsarchitect, medewerkers van een intercommunale en van een kinderboerderij, een permacultuurdeskundige, een bodemdeskundige, … Samen experimenteren ze met slimme oplossingen om de bodemkwaliteit te verbeteren.

Dauchy is al langer een voortrekker op het gebied van bodemherstel. Hij stopte jaren geleden met ploegen, stelt eigen mengsels van bodembedekkers samen en experimenteert met meer koolstof in de bodem. Op zijn 160 hectare, deels in Frankrijk, bewijst hij dat grootschalige landbouw geen hinderpaal hoeft te zijn voor duurzaam bodembeheer.

Mesthygiënisator

Bij aankomst legt Dauchy uit op welk soort grond we ons bevinden: “We zitten hier op zandleemgronden, met in de ondergrond Ieperse blauwe klei”. Tijdens de rondleiding springt de mesthygiënisator in het oog. Een dure investering waarmee Dauchy mest ontdoet van ziekteverwekkers zoals bacteriën, virussen en parasieten door ze te verhitten tot 70°. Die gedroogde mest, rijk aan organische stikstof, exporteert hij naar Frankrijk.

Aardappelopbrengst op peil dankzij goede bodem

Sinds Dauchy in 2010 het familiebedrijf overnam, heeft hij fors geïnvesteerd, onder meer in een gloednieuwe aardappelloods. Hij haalt een mooie opbrengst van gemiddeld 55 ton aardappelen per hectare. “Duurzame bodems maken in moeilijke jaren het verschil. Als je bodem goed is, kan je nog altijd een stabiele opbrengst behalen in extremer weer.”

Of hij zijn aardappelen nog steeds sproeit, wil een van de bodempioniers weten. “Ik zou geen bodempionier zijn als ik nooit geprobeerd heb om niet te sproeien… Helaas lukt het niet. Door de schimmel ging 70% van de opbrengst verloren. Maar ik moet mijn aardappelen niet meer behandelen tegen de coloradokever, iets wat andere landbouwers wel nog moeten doen.”

Stalmest als bodemverbeteraar

Ook in zijn stal is de bodem nooit ver weg. Zijn 80 melkkoeien rusten in het stro dat later als stalmest gebruikt wordt. Dauchy let erop dat er voldoende stro aanwezig is “om de koolstof-stikstofverhouding van de stalmest op peil te houden”. Zelf vindt hij het jammer stro gebruiken in rundveestallen niet erkend wordt als emissiereducerende maatregel in het Stikstofdecreet. “De enige manier waarop ik tegen 2030 kan voldoen, is minder dieren houden. Nochtans zou ik graag dezelfde hoeveelheid stalmest houden om in te zetten als bodemverbeteraar. Ik heb er geen op overschot.”

Erosieploeg

Een traditionele ploeg zal je niet meer vinden op Dauchy’s bedrijf. “De vruchtbare grond zit al bovenaan in de bodem en die wil ik daar houden. Ik wil de kluiten niet kapotmaken.” In plaats van een traditionele ploeg gebruikt hij niet-kerende bodembewerking met erosieploeg. Het is een toestel dat de bodem losmaakt, maar niet omgooit. “Voor sommige percelen is dat nodig, bijvoorbeeld als er een storende laag zit in de bodem. Ik test dat eerst met een prikstok”.

Bodemanalyses

Ook tijdens de lunch blijft de discussie over bodemkwaliteit levendig. De pioniers vergelijken verschillende bodemanalyses van hun gronden en merken op dat de manier waarop de resultaten door de laboratoria worden gepresenteerd sterk uiteenloopt. Nuttige gegevens zoals klei- of humuswaarden ontbreken vaak. Hun conclusie? Bodems zijn meer dan wat er 'op papier' staat. Naast de fysische en chemische samenstelling, is er ook een biologische samenstelling die iedere dag anders kan zijn.

Liefde voor de regenworm

In de namiddag komt de discussie pas echt op gang. Over één ding is de groep het roerend eens. “Als we regenwormen zien, zijn we blij.” Naar het waarom hoef je niet ver te zoeken. Wormen zoeken ’s nachts naar organisch materiaal, laten microbiologisch slijm achter in de gangen en brengen de bodemlagen met elkaar in contact. Het microbieel leven komt zo in contact met de mineralen in de bodem en zorgt voor belangrijke voedingsstoffen voor de planten. Bovendien zorgen de gangen voor een betere waterinfiltratie waardoor regenwater dieper in de bodem dringt. ​

Maïsveld met kans op pompoenen

De dag eindigt met een bezoek aan een veld waarop Dauchy een groenbedekker heeft ingezaaid. Hij stelt het mengsel zelf samen, op basis van Japanse haver, boekweit, rogge, bonte wikke, Perzische klaver, Egyptische klaver, bruine mosterd, facelia, tagetes en bladrammenas. “Al die zaden kiemen om de beurt. De rogge en haver groeien in het najaar, de Perzische klaver kiemt in het voorjaar.”

Daarnaast experimenteert hij met een eeuwenoude teelttechniek: 'De Drie Zusters’. Daarbij groeien maïs, klimbonen en pompoenen samen op één perceel. “De bonen verrijken de maïs met stikstof, de maïs dient als klimpaal voor de bonen terwijl de pompoenbladeren als bodembedekker dienen. Dat zorgt ervoor dat de bodem minder snel uitdroogt.”

Meer weten over een gezonde bodem en goede bodemzorg? Bekijk dan zeker eens de webpagina van Grond+Zaken

 

 

 

Contacteer ons

Leen Van den Bergh

Woordvoerder VLM

Juul Adriaens

Adjunct-woordvoerder VLM

Els Seghers

Adjunct-woordvoerder VLM

Persberichten in je mailbox

Door op "Inschrijven" te klikken, bevestig ik dat ik het Privacybeleid gelezen heb en ermee akkoord ga.

Over Vlaamse Landmaatschappij

De NV Vlaamse Landmaatschappij is een Extern Verzelfstandigd Agentschap van de Vlaamse overheid onder de bevoegdheid van de Vlaams minister van Omgeving en Landbouw en van de Vlaams minister van Binnenland, Steden- & Plattelandsbeleid, Samenleven, Integratie & Inburgering, Bestuurszaken, Sociale Economie en Zeevisserij.  

Onder het motto ‘Samen versterken we de open ruimte’ maakt de VLM werk van een milieu- en natuurvriendelijke landbouw, een klimaatrobuuste open ruimte en een vitaal platteland. Daarvoor verbinden we landbouw- en milieudoelen, investeren we in complexe openruimtedossiers en faciliteren we samenwerkingsverbanden. Zo bieden we een antwoord op maatschappelijke uitdagingen zoals de klimaatverandering, de achteruitgang van de bodem- en waterkwaliteit, de afname van de biodiversiteit en de leefbaarheid op het platteland.

Samen met lokale en bovenlokale belanghebbenden geven we het openruimtebeleid, het plattelandsbeleid en het mestbeleid vorm en voeren we het uit op het terrein. Zo dragen we samen met onze partners bij aan de realisatie van de Europese en Vlaamse natuur-, plattelands- en milieudoelen.

De VLM werd opgericht in 1988 en stelt ongeveer 600 personeelsleden te werk via 6 kantoren te Brugge, Gent, Brussel, Leuven, Herentals en Hasselt.

De foto's in onze perskamer zijn eigendom van de Vlaamse Landmaatschappij. Het gebruik van die foto's is toegestaan mits bronvermelding (copyright Vlaamse Landmaatschappij).

Neem contact op met