Droge zomers en toch een laag nitraatresidu

Droge zomers en toch een laag nitraatresidu

Waarom blijft bij sommige landbouwers veel stikstof achter in de bodem op het einde van het groeiseizoen en bij anderen niet? Bestaat er een geheim achter een laag nitraatresidu? We legden ons oor te luisteren bij twee landbouwers die er de laatste jaren in slagen om een goed nitraatresidu neer te zetten op hun bedrijf en zo mee zorgen voor een goede waterkwaliteit.

We spraken met melkveehouders Hans Dereepere uit Knesselare en Johan Vanhecke uit Maldegem. Allebei drukken ze ons op het hart dat ze de waarheid niet in pacht hebben. Toch geven ze ons graag een inkijk in hun werkwijze.


Geen tijd om de volledige interviews te lezen? We selecteerden uit het gesprek met Johan en Hans deze 5 waardevolle tips:

  1. Laat je grond ontleden, zodat je weet hoeveel voedingsstoffen er al in de bodem zitten.
  2. Zorg voor voldoende mestopslag, zodat je niet moet bemesten omdat de put leeg moet.
  3. Als je (regen)water bij de mest mengt, neemt het gras de nutriënten beter op.
  4. Maai pas als zoveel mogelijk nutriënten zijn opgenomen. Zijn er graslanden geselecteerd voor de nitraatresiducampagne? Maai ze nog eens extra, zodat extra stikstof wordt onttrokken uit de bodem.
  5. Vanggewassen nemen extra stikstof op en zorgen voor een beter humusgehalte van de bodem.


Ideeën voor het mestbeleid van landbouwers Hans en Johan aan de VLM

Beide landbouwers zijn geïnteresseerd in de resultaten van het wetenschappelijk onderzoek en integreren die in hun bedrijfsvoering. Ook denken ze na over de toekomst van het mestbeleid en hebben ze ideeën voor de VLM.

Johan Vanhecke stelt voor om de nitraatresiducampagne van de Mestbank wat later in het najaar te laten uitvoeren, omdat de gewassen door de drogere zomers langer stikstof opnemen.

Hans Dereepere is geen voorstander van mestinjectie omdat het bodemleven er volgens hem door kapot gaat. Hij heeft horen waaien dat in MAP 7 mestinjectie zou verplicht worden en vraagt zich af of de sleepslangtechniek kan blijven bestaan. En of je ook zult moeten injecteren als je water toevoegt.

Reactie van de dienst Mestbeleid van de VLM

We legden de ideeën van beide landbouwers voor aan Koen Desimpelaere van de dienst Mestbeleid.

Koen: “Het is fijn te horen dat deze 2 landbouwers enorm begaan zijn met de goede landbouwpraktijk en die ook toepassen. Het is duidelijk dat dit voor hen meer is dan het volgen van de wettelijke regels. Zo kunnen zij hun stikstof en fosfor en andere voedingselementen beter benutten voor de groei van hun gewassen en gaat er minder stikstof en fosfor verloren naar het leefmilieu. Ik ben ervan overtuigd dat we door nog meer in te zetten op de goede en de beste landbouwpraktijken, we de waterkwaliteit nog verder kunnen verbeteren.

Het nemen van bodemstalen is een uitstekende praktijk om te weten wat je nog kan bijbemesten. Landbouwpercelen zijn heel verschillend, zelfs binnen een landbouwbedrijf en zo kan bemesten op het scherp van de snee: net genoeg dat de gewassen goed groeien en met goede nitraatresidu’s. Het klopt inderdaad dat voldoende mestopslag je toelaat op het goede moment te bemesten in functie van de gewasbehoeften. Zo hoef je je geen zorgen te maken dat de putten zouden overlopen. ┬áHet mengen van mest met water kan zorgen voor het beter indringen van de mest in de bodem en kan de ammoniakvervluchtiging verminderen. Een ander voordeel, dat zowel Hans als Johan aanhalen, is dat je aan een lage dosering kan bemesten. Maar we willen ook spaarzaam omgaan met water en we vervoeren liefst zo weinig mogelijk water. Daarom laten we de keuzes hiervoor aan de landbouwer en willen we dit niet opnemen in de wetgeving. Vanggewassen zetten is inderdaad een goede praktijk om vele redenen, alleen moet je ze vroeg genoeg kunnen inzaaien. De mindset van deze 2 bedrijven klinkt mij als muziek in de oren.

De 2 beleidsvoorstellen die Johan en Hans voorstellen zijn brandend actueel en liggen ter discussie op het overleg met betrekking tot de nakende aanpassingen aan MAP 6.

Johan stelt voor om de nitraatresidustaalname later te laten uitvoeren. Het klopt inderdaad dat bepaalde gewassen nog een beperkte hoeveelheid stikstof kunnen opnemen na 1 oktober maar onder goede groeiomstandigheden treedt er ook nog een beperkte vrijstelling van nitraat op in de bodem door mineralisatie van het organisch materiaal, wat die opname compenseert. Bovendien begint in oktober de uitspoeling van stikstof door het bodemprofiel en naar het grond- en oppervlaktewater waardoor het nitraatgehalte in je bodem begint te dalen gedurende de bodemstaalnamecampagne. Het is dus een dubbeltje op zijn kant, wat vanuit het oogpunt van de landbouwer het beste staalnamemoment is. Vanaf 15 november treedt er vooral uitspoeling op van het nitraat en heeft een nitraatresidustaalname nog weinig zin om de bemestingsstrategie van een landbouwer te evalueren. Die aspecten zijn grondig bestudeerd in de N-Eco² studie en op basis daarvan is de ideale staalnameperiode vastgesteld zoals ze nu bestaat. Punt is dat wanneer je de goede praktijken toepast je je weinig zorgen hoeft te maken over het staalnamemoment.

Hans stelt voor om niet enkel mestinjectiesystemen toe te laten op grasland maar ook de sleepslangtechniek te laten bestaan of mest te mengen met water. De mestinjectiesystemen zijn efficiënter in het verminderen van de ammoniakvervluchtiging dan andere technieken. Bovendien wordt het bovengronds opbrengen door sleepslangen nog maar op 8% van het areaal toegepast en zijn de injectiesystemen sowieso de keuze die de meeste bedrijven al hebben gemaakt. Daarom is het voorstel om de sleepslangtechniek uit te faseren al eind 2019 door de Vlaamse Regering aangenomen; het is opgenomen in het Vlaams Luchtbeleidsplan 2030. Het bodemleven is terecht heel belangrijk, zoals Hans aanhaalt, en moet veel meer dan nu in de picture komen. Uit studiewerk in Nederland blijkt dat het aantal regenwormen in de bodem niet sterk verschilt tussen bedrijven die bovengronds mest toedienen of injecteren, waarbij het aantal regenwormen in het voordeel is van de bedrijven die mest injecteren. Andere factoren zijn veel bepalender voor het bodemleven dan de mesttoedieningswijze.

Een dergelijke interactie met landbouwers uit de praktijk is bijzonder waardevol om tot goede werkbare beleidsvoorstellen te komen. In de toekomst willen we dit nog versterken.”

 

 

 

Over Vlaamse Landmaatschappij

De NV Vlaamse Landmaatschappij is een Extern Verzelfstandigd Agentschap van de Vlaamse overheid onder de bevoegdheid van de Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme.  

Voor de VLM zijn een veerkrachtige open ruimte en een dynamisch platteland vol leven het antwoord op uitdagingen als verstedelijking en klimaatverandering. We versterken de open ruimte en het platteland door mee te werken aan het beleid en door te investeren in bodem- en waterkwaliteit, biodiversiteit, sociale cohesie en infrastructuur. We zorgen voor een mooi landschap en een gezonde omgeving, waar het goed is om te leven en te werken en waar er ruimte is voor ontspanning. 

De VLM werd opgericht in 1988 en stelt ongeveer 600 personeelsleden te werk via 6 kantoren te Brugge, Gent, Brussel, Leuven, Herentals en Hasselt.

De foto's in onze perskamer zijn eigendom van de Vlaamse Landmaatschappij. Het gebruik van die foto's is toegestaan mits bronvermelding (copyright Vlaamse Landmaatschappij).

Vlaamse Landmaatschappij
Leen Van den Bergh
Woordvoerder VLM
Koning Albert II laan 15
1210 BRUSSEL