Skip to Content
Duiding bij aanpak benadering rode bedrijven en piekbelasters

Duiding bij aanpak benadering rode bedrijven en piekbelasters

De Vlaamse Landmaatschappij wenst meer informatie te geven over de aanpak van de benadering van de rode bedrijven van de voorlopige Programmatische Aanpak Stikstof sinds 2014 en bij de huidige aanpak van de benadering van de piekbelasters uit het Stikstofakkoord van 23 februari 2022.

Impactscore als knipperlicht voor landbouwbedrijven

Het stikstofprobleem in Vlaanderen is niet nieuw. Net zoals de industrie en het verkeer, stoot ook de landbouw te veel stikstof uit, wat nefast is voor de nabijgelegen natuur.

In 2014 kregen ongeveer 23.000 veehouderijen een brief in de bus met hun PAS-impactscore gebaseerd op hun veebezetting en de emissies in 2013. Die brief had enkel informatieve waarde en diende om landbouwers een benaderend beeld te geven van de toestand voor hun exploitatie zoals die toen bij de overheid gekend was. 135 “rode” bedrijven hadden een impactscore van meer dan 50 procent, wat wil zeggen dat ze volgens de rekenmodellen verantwoordelijk waren voor meer dan de helft van de stikstofdepositie op nabijgelegen natuur.

De door de overheid berekende impactscore had een knipperlichtfunctie en diende om landbouwers een indicatie te geven van hun stikstofimpact zodat men kon inschatten welke mogelijke beleidsmaatregelen bij de vergunningverlening in het kader van de voorlopige PAS van toepassing waren.

Rode bedrijven moesten niet meteen sluiten, maar konden niet langer hervergund worden en kregen dus de boodschap dat er op die plek geen toekomst voor de veeteelttak van hun bedrijf zou zijn. Ze konden op dat moment wel nog dieren houden tot het einde van hun vergunningstermijn. In 2015 werd de lijst van 135 rode bedrijven meer dan gehalveerd door onder andere de “zoekzones”, of de plekken waar de Vlaamse overheid nieuwe kostbare natuur wil realiseren, aan te passen. Een gevolg daarvan was dat een beperkt aantal oranje bedrijven door de aanpassing van de zoekzones rood werd. Op vraag van het toenmalig kabinet Schauvliege werden die bedrijven telefonisch gecontacteerd en op de hoogte gebracht. ​

Een flankerend beleid voor de betrokken bedrijven

Begin 2015 zette de Vlaamse regering een flankerend beleid op voor de rode bedrijven die sneller dan het einde van hun vergunning werk wilden maken van een leefbare toekomst of die hun activiteiten vroeger wilden stopzetten. Daarbij konden ze opgekocht worden, verplaatst worden naar een nieuwe locatie of een reconversieplan opmaken. Landbouwbedrijven kregen toegang tot het flankerend beleid op basis van hun impactscore.

Daarvoor moest de VLM met die bedrijven in gesprek gaan. De VLM heeft op dat moment een telefonische permanentie opgezet om de vragen van alle landbouwers op te vangen en te beantwoorden.

Datzelfde jaar werden alle toenmalige rode bedrijven door de mensen van het PAS-team gecontacteerd voor een plaatsbezoek indien het bedrijf dat wenste. Het merendeel van de rode bedrijven is daarop ingegaan. Tijdens die bezoeken werden de vragen van de bedrijven genoteerd en beantwoord en werd ook het flankerend beleid uitgelegd en gepeild naar de interesse van de bedrijven voor flankerende maatregelen. Sommige bedrijven kozen ervoor om niet op dat aanbod in te gaan en wensten hun vergunning uit te doen, zoals de Abdij van Averbode.

Intensieve samenwerking

In 2016 werden rode bedrijven die interesse hadden in een zogenaamde screening opnieuw gecontacteerd. Die screening hield in dat verschillende administraties (Agentschap voor Natuur en Bos, VLM, Afdeling Milieuvergunningen, Departement Landbouw & Visserij) samen het bedrijf onder de loep namen en samen met de landbouwers bekeken of en welke haalbare opties er voor de bedrijven gevonden konden worden binnen de krijtlijnen van het flankerend beleid. Van die screeningen werden screeningsrapporten gemaakt. Dat gebeurde onder andere ook voor het landbouwbedrijf Van Diest in Lubbeek.

Zowel de bedrijfsbezoeken, screeningen en zeker de dossiers flankerend beleid zijn processen waarbij steeds intensief werd en wordt samengewerkt tussen de VLM, de exploitant en/of een adviesbureau.
​De VLM is daarnaast ten allen tijde beschikbaar gebleven voor vragen en begeleiding van de getroffen landbouwers.

Stikstofarrest februari 2021 en Stikstofakkoord 23 februari

Een arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen over een kippenstal in Kortessem zorgde ervoor dat de Vlaamse regering vorig jaar werk moest maken van een meer dwingende aanpak van het stikstofprobleem in Vlaanderen, om een totale vergunningsstop zoals in Nederland te vermijden. Op 23 februari 2022 bereikte de Vlaamse regering een politiek akkoord over de ontwerp-PAS (Programmatische Aanpak Stikstof). In uitvoering van dat akkoord werd een lijst met piekbelasters opgemaakt op basis van de bedrijfssituatie en emissietoestand in 2015. Piekbelasters zijn hierbij bedrijven waarvan de veebezetting en de emissies in het jaar 2015 resulteren in een impactscore hoger dan 50%. Die bedrijven zijn vooral “piekbelaster” door hun ongunstige ligging vlakbij of in habitatrichtlijngebied. Zij moeten volgens het politieke akkoord hun veeteeltactiviteiten stopzetten in 2025. Dat is voor de meeste bedrijven voor het einde van hun vergunningstermijn. Een belangrijk verschil dus met de situatie en de boodschap aan de landbouwers in 2015.

Berekening impactscore referentiejaar 2015

Heel wat landbouwers vragen zich af hoe de impactscore van de piekbelasters is berekend. De impactscore waarop de lijst van piekbelasters in het Stikstofakkoord van 23 februari is gebaseerd heeft betrekking op de emissie van ammoniak van een exploitatie in het jaar 2015. Die emissies werden berekend met het EmissieModel Ammoniak Vlaanderen (EMAV) versie 2.1, op basis van de dierbezetting in productiejaar 2015, zoals in de mestbankaangifte geregistreerd.

De impactscore werd bepaald op basis van de actueel aanwezige habitattypen (BWK-habitatkaart versie 2018) en van de voorlopige zoekzones voor de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen (versie 0.2, publicatie Geopunt 14 september 2015). Zowel de habitattypen als de zoekzones zijn gelegen binnen een SBZ-H in de nabijheid van de ​ exploitatie.

Verdere communicatie

Tussen 9 mei en 17 juni 2022 plant de VLM een bedrijfsbezoek aan elke piekbelaster. Tijdens dat bezoek bespreken we de situatie van het bedrijf. We zullen dan ook ingaan op vragen van bedrijven over het flankerend beleid en luisteren naar de elementen die de landbouwer wenst aan te brengen.

Openbaar onderzoek

Het Stikstofakkoord van 23 februari 2022 moet nog in regelgeving omgezet worden. Het akkoord bevat de krachtlijnen van de ontwerp-PAS (Programmatische Aanpak Stikstof), die momenteel voorligt in openbaar onderzoek (19 april t/m 17 juni 2022). Landbouwbedrijven kunnen gebruik maken van de inspraakprocedure om te reageren op de ontwerp-PAS. Na afloop van het openbaar onderzoek worden de reacties verwerkt door het Departement Omgeving en zal de Vlaamse Regering een definitieve beslissing ​ nemen over de PAS, om vervolgens de nodige regelgeving op te maken die uitvoering geeft aan de PAS. Bij de uitwerking van die regelgeving zullen de verschillende maatregelen van de definitieve PAS verder uitgewerkt en gedetailleerd worden.

 

Leen Van den Bergh Woordvoerder VLM

 

 

Over Vlaamse Landmaatschappij

De NV Vlaamse Landmaatschappij is een Extern Verzelfstandigd Agentschap van de Vlaamse overheid onder de bevoegdheid van de Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme.  

Voor de Vlaamse Landmaatschappij zijn een veerkrachtige open ruimte vol leven en een dynamisch platteland het antwoord op uitdagingen als de verstedelijking, de klimaatverandering en de achteruitgang van de biodiversiteit. We versterken de open ruimte en het platteland door te investeren in bodem- en waterkwaliteit, biodiversiteit, ruimte voor voedsel en sociale cohesie. We zorgen voor een kwaliteitsvol landschap en een gezonde omgeving, waar het goed is om te leven en te werken en waar er ruimte is voor ontspanning. 

Samen met lokale en bovenlokale belanghebbenden geven we het openruimtebeleid, het plattelandsbeleid en het mestbeleid vorm en voeren we het uit op het terrein. Zo dragen we samen met onze partners bij aan de realisatie van de Europese en Vlaamse natuur-, plattelands- en milieudoelen.

De VLM werd opgericht in 1988 en stelt ongeveer 600 personeelsleden te werk via 6 kantoren te Brugge, Gent, Brussel, Leuven, Herentals en Hasselt.

De foto's in onze perskamer zijn eigendom van de Vlaamse Landmaatschappij. Het gebruik van die foto's is toegestaan mits bronvermelding (copyright Vlaamse Landmaatschappij).

Vlaamse Landmaatschappij
Leen Van den Bergh
Woordvoerder VLM
Koning Albert II laan 15
1210 BRUSSEL