Faunamengsels en faunavoedselgewas: zo verlaag je de onkruiddruk
30 maart 2026

Om veronkruiding in een faunamengsel of faunavoedselgewas tegen te gaan, is het belangrijk om goede landbouwpraktijken toe te passen bij de inzaai van een faunamengsel en faunavoedselgewas. De weersomstandigheden maken het niet altijd gemakkelijk om het faunamengsel goed in te zaaien. Zo kenden we in 2025 een droog voorjaar, waardoor er te vaak werd ingezaaid in ongunstige omstandigheden. Met deze tips kunt u veronkruiding tegengaan.
Ecoregeling faunamengsel
Voor een geslaagde ecoregeling faunamengsel houdt u best rekening met volgende tips:
- Zaai op een geschikt moment: wacht eventueel op komende neerslag, zodat de kieming en startgroei ideaal zijn. Het faunamengsel moet wel de hoofdteelt zijn. In geen geval mag er voorafgaand een productieve teelt geoogst worden. Zorg ervoor dat het zaaitijdstip zo gekozen wordt dat de granen in het najaar voldoende zaadrijp zijn en gedurende de hele winter maximaal zaden aanbiedt. Hiervoor is het aangewezen in te zaaien ten laatste vóór eind april, maar de ecoregeling staat dus ook nog inzaai in mei of juni toe. Inzaai in het voorafgaande najaar is ook toegelaten en biedt heel wat voordelen op vlak van verlaging van de onkruiddruk.
- Zorg voor een goed aangelegd zaaibed en pas eventueel het principe van een vals zaaibed toe om de onkruiddruk te verminderen.
- Ken uw percelen:
- Op percelen met probleemonkruiden (knolcyperus, doornappel, …) of een algemeen hoge onkruiddruk is het risico groter dat onkruiden problemen geven tijdens de teelt van een faunamengsel. Als er probleemonkruiden aanwezig zijn op het perceel of op naastliggende percelen, raden we af een faunamengsel in te zaaien.
- Ook is het belangrijk dat de landbouwer weet of er een problematiek van aaltjes aanwezig is. Een staalname kan soelaas bieden. Er kan ook geopteerd worden bij de keuze van de samenstelling van het faunamengsel voor niet-waardplanten van ziekten en plagen met het oog op de volgteelt of soorten die aaltjesonderdrukkend werken.
- Beschouw de teelt van het faunamengsel als een volwaardige schakel binnen de ruimere teeltrotatie en zorg voor een geschikt volggewas (bv op het vlak van onkruiddrukkende gewassen).
- Kies een geschikt mengsel en zorg zo voor voldoende bedekking gedurende het volledig seizoen: de regelgeving laat dit ook toe. Zo zorgen rode en witte klavers bijvoorbeeld voor een goede bodembedekking later op het seizoen. Haver is breedbladig en voorkomt zo ook onkruiddruk. Respecteer wel steeds de voorwaarden voor de samenstelling. Andere soorten dan degene die op de toegelaten lijst staan, zijn niet toegestaan.
- Gebruik gecertificeerd zaaizaad waar mogelijk, deze certificering garandeert een hoge kwaliteit van het zaaizaad. Mengsels met gereglementeerde soorten, zoals granen, moeten voldoen aan de Europese kwaliteitseisen en zijn geïdentificeerd door een groen certificaat op of aan de verpakking.
- Zaai aan voldoende hoge zaaidichtheid in functie van de weersomstandigheden. Bij vochtig, groeizaam weer kan dit lager zijn dan bij droge omstandigheden. Pleksgewijze mechanische verwijdering van probleemonkruiden, zoals bijvoorbeeld akkerdistel, is mogelijk bij deelname aan de ecoregeling faunamengsel. Met het oog op voedselvoorziening in de winter voor akkervogels, kleinwild en andere fauna is het niet toegelaten om het perceel te maaien.
Deelnemen aan de ecoregeling faunamengsel moet altijd een bewuste en weloverwogen keuze zijn die in een geplande teeltafwisseling past. Een faunamengsel moet in ieder geval tot minstens 15 maart van het volgende kalenderjaar aangehouden worden. De minimale zaaidichtheid is 50 kg/ha. De samenstelling werd recent aangepast, er hoeven geen kruisbloemigen meer in het mengsel te zitten.
Beheerovereenkomst faunavoedselgewas
Ook voor landbouwers die een beheerovereenkomst faunavoedselgewas met de VLM sloten, zijn er een aantal mogelijkheden om veronkruiding tegen te gaan. De tips voor de ecoregeling faunamengsel zijn voor deze beheerovereenkomst ook van toepassing. Daarnaast kan de landbouwer bij ernstige onkruidproblemen in de beheerovereenkomst faunavoedselgewas een mengsel van vlinderbloemigen inzaaien. Dat mengsel blijft tot twee jaar aanwezig en onderdrukt ongewenste soorten. De jaarlijkse vergoeding blijft dezelfde: 2.053 euro per hectare.
Blijven de onkruidproblemen? Dan kan de landbouwer de beheerovereenkomst tijdens de looptijd verplaatsen naar een ander perceel. Met vragen over deze en andere mogelijkheden op de beheer-overeenkomsten, kan de landbouwer altijd terecht bij de bedrijfsplanner. Meer info en handige tips kunt u lezen in de infofiche over onkruid vermijden op percelen met beheerovereenkomsten.
Weetje
Wintervoedsel is belangrijk voor alle akkervogels, maar vooral voor soorten die afhankelijk zijn van zetmeelhoudende zaden (geelgors, grauwe gors, veldleeuwerik, maar ook ringmus). Vooral soorten die zich in een minder gunstige populatietoestand bevinden, hebben nood aan extra voedsel.
Zetmeelhoudende zaden zijn echter steeds schaarser in de winter. Daarom is het belangrijk om een hoog aandeel granen te hebben in het mengsel. Voorzie ook best granen waarbij de korrel lang in de aar blijft (tarwe, triticale), zodat er ook in het vroege voorjaar nog voedsel is.
Soorten die afhankelijk zijn van oliehoudende zaden (vink, groenling, kneu, putter) worden in het huidige landschap al ruimschoots bediend door de inzaai van groenbedekkers (mengsels) met gele mosterd, bladrammenas, zonnebloem,…
Meer informatie
- over de ecoregelingen op de website van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij
- over de beheerovereenkomsten op www.vlm.be/beheerovereenkomsten