Skip to Content
Goede bodemkwaliteit is basis voor klimaatrobuuste teelt

Goede bodemkwaliteit is basis voor klimaatrobuuste teelt

De zomer van 2021 gaat de geschiedenis in als de natste sinds het begin van de metingen in Ukkel in 1833. De komende jaren zal de klimaatverandering in Vlaanderen zorgen voor extremere weersomstandigheden met nattere winters, drogere zomers en hogere temperaturen. Om de gewasopbrengsten te blijven garanderen en nutriëntenverliezen aan het einde van het seizoen te voorkomen, is een goede bodemkwaliteit uiterst belangrijk. Dat blijkt uit een literatuurstudie die onderzoekers van de Bodemkundige Dienst van België (BDB) en van het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) uitvoerden in opdracht van de VLM.

De bodemkwaliteit verbeteren. Hoe doe je dat? We vragen het aan Thijs Vanden Nest en Davy Vandervelpen van B3W, de Begeleidingsdienst voor Betere Bodem en Waterkwaliteit. B3W helpt de Vlaamse landbouwers om de bodemkwaliteit te optimaliseren, met oog voor een betere waterkwaliteit.

Hoe herken je een goede bodem?
Davy: “Bodemkwaliteit is eigenlijk een heel algemeen begrip en wordt bepaald door chemische, fysische en biologische eigenschappen. Er zijn 2 heel belangrijke parameters die een invloed hebben op die processen en dat zijn de bodemzuurtegraad (pH) en de organische stof. De optimale waarden voor de zuurtegraad en het organische stofgehalte hangen af van de grondsoort en zijn dus niet overal in Vlaanderen gelijk. Door de grond te ontleden, zie je hoe het is gesteld met de bodemkwaliteit.”

Zijn problemen met de bodem ook te zien op het zicht?
Davy: “Bij sommige gewassen kun je bodemverdichting inderdaad op het zicht zien. Zo blijft mais duidelijk achter in groei en heeft hij een gele schijn op plekken waar regenwater niet vlot in de grond kan dringen door bodemverdichting. Ook groenbedekkers zoals gele mosterd blijven kleiner op de verdichte plekken.”

Wat versta je onder bodemverdichting?
Davy: “Bij bodemverdichting zitten de bodemdeeltjes veel te dicht op elkaar en zijn er te weinig bodemporiën. De bodem wordt niet goed verlucht en regenwater kan niet vlot in de grond dringen. Door de zuurstofarme omstandigheden in de bodem, kunnen de wortels van de planten niet goed groeien en dat is een probleem. Bodemverdichting ontstaat voornamelijk als zware machines in natte omstandigheden het veld op moeten. Het risico op bodemverdichting is het grootst bij gewassen die laat op het jaar worden geoogst en bij gewassen waarbij de oogst niet uitgesteld kan worden tot na een natte periode.”

Berijd percelen niet in natte omstandigheden. Dat is een gouden regel om verdichting te voorkomen.
Berijd percelen niet in natte omstandigheden. Dat is een gouden regel om verdichting te voorkomen.

Thijs: "Door de veranderende weersomstandigheden zullen er wellicht meer en langere natte periodes voorkomen. Landbouwers kunnen nu al preventief werken aan de veerkracht van hun bodems, zodat die beter herstellen bij tegenvallende weersomstandigheden. Zo kunnen ze acties ondernemen om de bodemorganische stof op lange termijn te verhogen, bekalken tot een optimale pH en aan ruimere vruchtafwisseling doen. Ook kunnen ze inzetten op lagere laadgewichten, aangepaste banden en bandenspanning.”

Hoe kunnen landbouwers het bodemorganische stofgehalte van hun percelen opkrikken?
Davy: “Een van de dingen die ze kunnen doen, is ervoor zorgen dat het perceel het hele jaar door bedekt is. Dat kan bijvoorbeeld door groenbedekkers in te zaaien na de oogst. De oogstresten, ook van de groenbedekkers, zorgen voor bodemorganische stof. Een andere techniek is door te bemesten met dierlijke mest. Doordat dierlijke mest ook stikstof en fosfor bevat die kan uitspoelen in het water, is de hoeveelheid dierlijke mest die je als landbouwer kunt gebruiken weliswaar beperkt door de mestwetgeving. Ook organische producten als compost, houtsnippers en natuurmaaisel zorgen voor meer koolstof. Daarnaast is het belangrijk om een goede teeltrotatie te hebben. Door aan vruchtafwisseling te doen, bestrijd je trouwens ook ziekten en vermindert de onkruiddruk. Wat we liever niet zien gebeuren is dat landbouwers permanent grasland scheuren, omdat een groot deel van de organische stof verloren gaat op die manier. Ook komen er veel voedingsstoffen vrij, wat het risico op uitspoeling naar het water sterk verhoogt als er niet voorzichtig wordt bemest.”

Thijs: “Permante graslanden scheuren om ze als akker te gebruiken, zorgt altijd voor een groot verlies aan bodemorganische stof. Het opnemen van tijdelijk grasland tijdens 2, 3 of 4 jaar in een akkerrotatie leidt daarentegen tot de opbouw van meer bodemorganische stof in de akkers. Veel rundveehouders doen dat al. Ook het kiezen voor meer gewassen die weinig bodembewerking vragen en veel organische resten achterlaten zoals granen, zijn een stimulans voor de bodemorganische stof.”

Ook de bodemzuurtegraad draagt bij tot een gezonde bodem en gaat bodemverdichting tegen. Hoe zit dat?
Davy: “De pH heeft een groot effect op de opneembaarheid van nutriënten. Zowel voor de hoofelementen zoals stikstof, fosfor en kalium, als voor de sporenelementen. Als de pH te laag of te hoog is, kan het gewas de voedingsstoffen onvoldoende opnemen. Als de bodem te zuur is, wordt de stikstof bijvoorbeeld niet goed opgenomen. Daardoor gaat de efficiëntie van de meststoffen naar beneden. Een te hoge pH is ook niet goed omdat de plant de fosfor dan niet goed opneemt. De zuurtegraad beïnvloedt ook andere processen in de bodem, zoals de activiteit van schimmels en bacteriën. Die hebben een invloed op de opbouw en afbraak van organische stof. De pH-streefzone hangt af van de bodemstructuur en het organische stofgehalte. Om de bodem minder zuur te maken, kunnen de landbouwers bekalken."

Thijs: “Door te bekalken krijg je een hogere pH. Daarnaast breng je ook calcium aan. Calcium werkt als lijm tussen de bodemdeeltjes en is erg belangrijk voor een betere bodemstructuur. Bekalken is een relatief kleine kost, die een meeropbrengst garandeert op lange termijn.”

Om de bodem minder zuur te maken, kunnen landbouwers bekalken.
Om de bodem minder zuur te maken, kunnen landbouwers bekalken.

Kan een goede bodem de gevolgen van extreme weersomstandigheden opvangen?
Thijs: “Uit het onderzoek Klimaatadaptieve praktijken voor het terugdringen van nutriëntenverliezen blijkt dat een bodem met meer organische stof meer water vasthoudt, al is dat vrij beperkt. Toch is dat belangrijk want als het heel droog is, telt elke liter water. Een tweede zaak die duidelijk naar voren komt uit dat onderzoek is dat organische stof de bodem beter doorwortelbaar maakt. Als er meer bodemstructuur is, heb je gezondere planten. Het is vrij simpel. Als landbouwer heb je geen zeggenschap over de weersomstandigheden, maar wel over de behandeling van je bodem. Een gezondere bodem leidt tot een gezonder gewas. En een gezond gewas kan beter tegen de stress van slechte omstandigheden."

Thijs:  "Een gezondere bodem leidt tot een gezonder gewas. En een gezond gewas kan beter tegen de stress van slechte omstandigheden.”
Thijs:  "Een gezondere bodem leidt tot een gezonder gewas. En een gezond gewas kan beter tegen de stress van slechte omstandigheden.”

Davy: “Bij heel felle regenbuien, trekt bij een groot organische stofgehalte het water sneller in de bodem. Het blijft er minder bovenop staan. Ook dat is een voordeel.”

In welk opzicht kan een goede bodem bijdragen tot een betere waterkwaliteit?
Thijs: “Planten nemen maar tijdens een beperkte periode meststoffen op. Bij mais bijvoorbeeld wordt het gros van de stikstof opgenomen tussen pakweg juni en de volle bloei van het gewas. Stel dat het tijdens de bloei zo droog is dat je 50 à 60% opbrengstverlies hebt, dan nemen de planten veel nutriënten niet op. De nutriënten, zoals minerale stikstof, die achterblijven in de bodem zitten dan klaar om uit te spoelen in het najaar en de winter. Als je het opbrengstverlies kan beperken door een gezondere bodem, beperk je ook de potentiële verliezen.”

Davy: “Als de bodem gezond is, nemen de planten de toegediende meststoffen beter op. Is dat niet zo? Dan is er een groter risico dat de achterblijvende meststoffen uitspoelen in het water.”
Davy: “Als de bodem gezond is, nemen de planten de toegediende meststoffen beter op. Is dat niet zo? Dan is er een groter risico dat de achterblijvende meststoffen uitspoelen in het water.”

Wat is de rol van vanggewassen?
Thijs: “Een vanggewas telen is zeer geschikt om de resterende nutriënten op te nemen en te behoeden voor uitspoeling. Vanggewassen zijn wel minder efficiënt, naarmate de zaaidatum moet uitgesteld worden, zoals na mais. Heel wat landbouwers experimenteren ook met zaken als onderzaai van gras in mais. De theorie hierachter is dat het vanggewas sneller kan doorgroeien na het hakselen van de mais omdat het vanggewas er al staat. De resultaten in de praktijk zijn sterk wisselend van zeer geslaagd tot volledig mislukt.”

Davy: “Daarom is het belangrijk dat landbouwers zich goed informeren, bijvoorbeeld bij B3W. Wij kunnen hen zeggen op welke percelen ze die techniek het best kunnen toepassen en met welke aandachtspunten ze rekening moeten houden.”

Een goede bodemkwaliteit en duurzaam omgaan met meststoffen gaan hand in hand. Hoe helpt B3W de landbouwers daarbij?
Davy: “Tijdens een thematisch uitwisselingsmoment geven landbouwers die een bestaande praktijk toepassen die goed is voor de water- en bodemkwaliteit, uitleg over wat ze doen aan andere landbouwers. Daarnaast hebben we focusgroepen, die bestaan uit kleine groepjes van landbouwers. In die groepjes komen innovatieve ideeën aan bod. De deelnemers kunnen hierover meningen uitwisselen en er nieuwe technieken en praktijken uitproberen. Denk aan rijenbemesting bij aardappelen, teelt van eiwitrijke gewassen zoals veldbonen of mais met klimbonen. Daarnaast doen we aan individuele begeleiding.”

Davy: "Tijdens een thematisch uitwisselingsmoment wisselen de deelnemers ervaringen uit en discussiëren ze met elkaar. Het is zeker geen eenrichtingsverkeer".
Davy: "Tijdens een thematisch uitwisselingsmoment wisselen de deelnemers ervaringen uit en discussiëren ze met elkaar. Het is zeker geen eenrichtingsverkeer".

Hoe vinden de landbouwers de weg naar jullie?
Davy: “Ze kunnen terecht op onze B3W-website of ons volgen op Facebook. Op de website staat heel wat informatie, zoals infofiches met tips, algemene artikels en filmpjes. We willen landbouwpraktijken tonen die nog niet door iedereen worden toegepast en de bodemkwaliteit verbeteren, een goede opbrengst mogelijk maken en ervoor zorgen dat minder meststoffen in het water terechtkomen. Ben je landbouwer of actief in de landbouwsector? Ga dan zeker eens kijken op het B3W-platform. Via de evenementenkalender kom je te weten welke activiteiten er de komende weken allemaal op het programma staan. Het verhaal van collega-landbouwers horen is altijd interessant.”

Interessante artikels op website B3W:

 

Over Vlaamse Landmaatschappij

De NV Vlaamse Landmaatschappij is een Extern Verzelfstandigd Agentschap van de Vlaamse overheid onder de bevoegdheid van de Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme.  

Voor de VLM zijn een veerkrachtige open ruimte en een dynamisch platteland vol leven het antwoord op uitdagingen als verstedelijking en klimaatverandering. We versterken de open ruimte en het platteland door mee te werken aan het beleid en door te investeren in bodem- en waterkwaliteit, biodiversiteit, sociale cohesie en infrastructuur. We zorgen voor een mooi landschap en een gezonde omgeving, waar het goed is om te leven en te werken en waar er ruimte is voor ontspanning. 

De VLM werd opgericht in 1988 en stelt ongeveer 600 personeelsleden te werk via 6 kantoren te Brugge, Gent, Brussel, Leuven, Herentals en Hasselt.

De foto's in onze perskamer zijn eigendom van de Vlaamse Landmaatschappij. Het gebruik van die foto's is toegestaan mits bronvermelding (copyright Vlaamse Landmaatschappij).

Vlaamse Landmaatschappij
Leen Van den Bergh
Woordvoerder VLM
Koning Albert II laan 15
1210 BRUSSEL