“Laat de focus op melkproductie los en probeer te experimenteren”: het advies van melkveehouder Johan Van Coillie

Vier jaar geleden maakte Johan Van Coillie de overstap naar een grasgebaseerd rantsoen voor zijn melkkoeien. Daar kreeg hij nog geen seconde spijt van. “De gezondheid van mijn koeien is indrukwekkend verbeterd. En dankzij weiderotatie is mijn bodem beter dan ooit tevoren.” VLM bracht een bezoek aan deze melkveehouder in Zonnebeke.

Johan Van Coillie baat een melkveebedrijf uit in Zonnebeke, West-Vlaanderen. ©VLM, Leen De Neve

 

Dag Johan, kan je jezelf even voorstellen?

Ik startte mijn carrière als veevoederhandelaar. Maar ik was altijd al gepassioneerd door landbouw. In 2002 heb ik dit bedrijf aangekocht. Tot 2021 was dit een ‘typisch’ melkveebedrijf, gefocust op een hoge productie. Maar ik was al enkele jaren niet meer tevreden. Ik zocht naar manieren om mijn koeien langer te laten leven. Zo kwam ik terecht bij aAa-stieradvies, fokken dat rekening houdt met de bouw en gezondheid van de koe. Sindsdien zijn enkele van mijn Holsteinkoeien ingekruist met Brown Swiss, Fries Hollands-ras en Jerseykoeien. Vele van mijn koeien zijn kleiner, maar veel meer in balans.

Je was in 2024 een van de laureaten van de wedstrijd Topmest. Van de 16 deelnemende Vlaamse landbouwers eindigde je op de tweede plaats. Vertel eens, hoe maak je dat nu, ‘topmest’?

Twee factoren spelen een belangrijke rol. Ten eerste is er de koolstof-stikstofverhouding (C/N) in de mest. Die verhouding moet zo hoog mogelijk zijn. Dat klinkt ingewikkeld, maar dat betekent dat de stikstof gebonden is aan de koolstof. Daardoor zal de stikstof minder snel vervliegen als ammoniak of uitspoelen als nitraat naar het water. En dat is exact wat we willen. Je merkt dat ook in mijn stal: mijn mest ruikt wel, maar ze stinkt niet in die mate dat je alles moet verluchten.

Daarnaast is de elektrische geleidbaarheid (EC) in mijn mest enorm laag. Dat is een maatstaf voor de concentratie opgeloste zouten in de mest. Die zouten zijn slecht voor het bodemleven en wil je vermijden. Denk maar aan een slak: ze sterft als je er zout op strooit. ​

"Mijn koeien zijn minder vaak ziek. Klauwaandoeningen en uierontstekingen zijn zeer uitzonderlijk."

Hoe krijg je die lage elektrische geleidbaarheid in je mest? ​

Ik geef zeeschelpenkalkmeel aan mijn koeien, een zeemineraal dat goed is voor de pens van de koe. Daarnaast geef ik ook nog sea-crop, een soort geconcentreerd, ontzilt zeewater waardoor ontstekingen sneller verdwijnen. Ik stel vast dat mijn koeien veel gezonder zijn geworden. Ze hebben amper nog uierontstekingen. En als het toch voorkomt, genezen ze zonder antibiotica. Ook klauwproblemen zijn quasi volledig weg. Vroeger moest ik voetbaden zetten tegen mortellaro, een infectieuze klauwaandoening die enorm pijnlijk is voor de koe. Dat kwam onder meer door de zouten in de mest en de bodem: het tastte de klauwen aan.

Iedere dag een nieuw perceel gras

Daarnaast doe je ook aan roterend beweiden. Kan je dat uitleggen?

Ik deel mijn percelen, zo’n 12 hectare rond mijn erf, op in graspercelen van een halve hectare. In de zomer wisselen de koeien dagelijks van grasperceel, waardoor ze slechts om de 24 dagen terugkomen op hetzelfde perceel. Het gras heeft zo tijd om te herstellen en het wortelgestel is niet uitgeput. En de uitgescheiden mest is na 24 dagen ook verteerd. Dat bespaart me ontwormingsmiddelen voor mijn dieren. En het heeft nog een voordeel: de grond is luchtiger. Ik ondervind dat zelf als ik mijn piketten verplaats.

In de zomer maai ik het gras soms ook vooraleer de koeien op het perceel komen. Dat doe ik in de namiddag, wanneer het suikergehalte van het gras het hoogste is. Ik stond daar eerst sceptisch tegenover, maar ik moet vaststellen dat de koeien het heel graag eten. En voor mij heeft het niets dan voordelen: ik hoef geen loonwerker in te schakelen, geen gras te verzamelen in kuilen en af te dekken met plastiek.

Je geeft je koeien enkel nog een rantsoen gebaseerd op gras. Geen soja of mais. Waarom?

Een koe is een graseter. Aan diegenen die daaraan twijfelen, vraag ik altijd: als een koe kan kiezen tussen maïs of gras, wat zal ze eten? Dat zal altijd gras zijn.

Het rantsoen bestaat voor meer dan 50% uit gras. Ik zaai enkel nog gras, graskruiden en grasklaver. Als het gras in de zomer een dip krijgt, dan komen de klavers en kruiden op gang. Het stimuleert het bodemleven enorm.

Verder zitten er in het rantsoen nog lijnzaadschilfers, gerstvlokken, maïsvlokken, voederbieten, méteilmengsels en hooi. Dankzij het hooi gaat de koe effectief meer herkauwen. En hoe meer een koe herkauwt, hoe beter ze haar stikstof benut. Op die manier is er constante recyclage van ammoniak in de pens.

Maïs voeg ik niet meer toe. Ik zag in de mest dat maisresten niet goed verteren, wat zorgt voor coliforme bacteriën en dus meer rotting in de mest. En in plaats van soja gebruik ik lijnzaadschilfers. De kwaliteit van het eiwit is beter en er zitten meer gunstige omega 3-vetzuren in dan in soja. Bovendien verklein je er je CO2-voetafdruk mee.

 

Je bent een van de deelnemers aan het project VoederPAS van ILVO. Ze onderzoeken of laageiwitrantsoenen in de toekomst erkend zouden kunnen worden als PAS-maatregel.

Dat klopt. Op verschillende tijdstippen hebben onderzoekers van ILVO bloed- en urinestalen genomen bij mijn dieren, stalen van de voeders en van de mest. Ik wacht nog op de resultaten maar ik hoop alleszins dat laageiwitrantsoenen erkend kunnen worden als PAS-maatregel. Voor bedrijven die grondgebonden werken en niet al te veel dieren hebben zoals ik, zou dit een geschikte maatregel zijn die stikstof aan de bron aanpakt.

Er zit minder eiwit in mijn gras onder meer omdat ik geen kunstmest meer smijt, maar het eiwit dat erin zit, is wel kwalitatiever. We streven naar een optimale verhouding tussen ‘darmverteerbare’ en ‘onbestendige eiwitten’. Te veel onbestendige eiwitten zorgen voor stikstofverliezen en slechtere mest.

Het ureumgetal in de melk is ook een heel stuk beter. Dit zit nu op 170 mg/liter melk terwijl dat vroeger gemiddeld 240 was. Hoe minder ureum de koe maakt, hoe beter de koe de eiwitten benut heeft. Ureum is verlies. Het kost de koe energie om het te verwerken, met lebmaagverplaatsingen en overbelaste levers als gevolg.

"Je betaalt geen facturen in liters melk, wel in euro's."

Zijn er ook nadelen verbonden aan jouw bedrijfsvoering? ​ ​

Mijn melkproductie is wat gedaald. Ik zit tussen 8500 en 9000 liter per koe per jaar. Maar ik ben daar tevreden mee want ik bespaar ook kosten. Zo moet ik bijvoorbeeld minder melk weggieten door zieke koeien. Naarmate ik meer zal inkruisen met Fries-Hollandse koeien en het Hollandse MRIJ-ras, zal mijn productie allicht nog wat zakken, maar die koeien eten ook 30 procent minder voeder. Ik heb nu 48 melkkoeien en slechts 18 stuks jongvee. Sinds 2021 is de gemiddelde leeftijd van mijn koeien al met 7 maanden gestegen waardoor ik minder dieren moet houden om mijn veestapel te vervangen. Dat is ook mijn boodschap aan jonge landbouwers: durf de focus eens te verleggen van een hoge opbrengst naar het voeder en de gezondheid van je koeien. Want je betaalt geen facturen in melkproductie, wel in euro’s.

 

Tips van Johan voor een betere bodem:

1. Doorgedreven weiderotatie heeft me al veel opgeleverd. Het gras heeft tijd om te herstellen en uitgescheiden mest verteert snel. Ook de graskruiden zijn bijzonder nuttig. Smalle weegbree heeft bijvoorbeeld een ontwormend effect op de koe. ​

2. Méteilmengsels zijn nuttig voor je bodem en waardevol als voeder. Het zijn mengsels van triticale, haver, erwten en wikken die weinig bemesting nodig hebben. ​

3. Zorg altijd voor bodembedekkers, groenbemesters of dekvruchten (bijvoorbeeld het onderzaaien van gras in mais) op je bodem. Dat houdt het bodemleven intact. ​

4. Verwacht geen snelle resultaten. De doorlaatbaarheid van je bodem herstellen duurt ettelijke jaren.

Water bij de mest

Hoe pak je je bemesting aan?

Ik breng erg kleine dosissen drijfmest op. Ik start met een basisbemesting van 18 ton op de eerste snede gras. In de zomer vul ik aan met een lagere dosis, maar mix ik ongeveer de helft water bij mijn mest.

Kunstmest strooien doe ik niet meer. Onderzoek toont aan dat 60% van de kunstmest niet benut wordt door de plant. Het zorgt er ook voor dat de plant lui wordt en geen inspanning meer doet om voedsel te vinden, want dat is al aanwezig. Zonder kunstmest moeten planten communiceren met het bodemleven: ze geven suiker in ruil voor fosfor, kalium, stikstof en selenium. Met als gevolg een snellere opbouw van wortels en koolstof in de bodem.

Wat is het verschil tussen jouw bedrijfsvoering en volledig biologisch werken?

Volledig biologisch werken lukt me niet. Ik heb onvoldoende grond in mijn bedrijf. Daarnaast wil ik ook nog wat vrijheid bij het kopen van mijn krachtvoeder. Ik geef geen 'traditioneel' samengesteld krachtvoeder maar enkel geplette granen en lijnzaadschilfers. Biologische bedrijven kunnen enkel aan gecertificeerde bio-bedrijven aankopen, wat in de streek erg weinig voorkomt.

"Zonder kunstmest moeten planten wel communiceren met het bodemleven."

Tot slot: hoe kom je aan al die kennis? Volg je bijscholingen?

Ik zit in de focusgroep circulaire melkveehouderij van de begeleidingsdienst B3W. Ze hebben veel interessante bijeenkomsten: van mestworkshops en méteilmengsels tot ploegloos boeren. Daarnaast ga ik soms op bezoek bij collega-landbouwers. Je hoort altijd wel iets dat je kan uitproberen. Tot slot lees ik ook heel wat boeken. Rijke Grond van de Amerikaanse landbouwer Gabe Brown bijvoorbeeld. Hij staat bekend om het mixen van planten, bloemen en groenten en het effect daarvan op de bodem.

 

Praktische tips van Johan voor een optimale bemesting:

1. Goeie mest is korrelig en stinkt niet. Mest die rot is, is glad en gaat stinken.

2. Let op restproducten die in je mestkelder terechtkomen, zoals voetbaden of geneesmiddelen. ​

3. Durf te experimenteren met je bodemleven: probeer om zonder kunstmest en sproeistoffen te werken. ​

4. Bemest nooit te vroeg. Wacht tot het bodemleven actief is en het gras wat begint te groeien. ​

5. Start altijd met een basisbemesting en bemest later eventueel bij. Breng nooit alles in één keer op. ​

6. Meng drijfmest met water. De mest trekt sneller in de bodem, er zijn minder emissies en het gras is minder besmeurd.

7. Vermijd bodemverdichting. Ik rijd soms met halve bakken om niet teveel druk te zetten op mijn percelen. ​

8. Via meststalen kan je ontdekken hoeveel de koolstof/stikstofverhouding (C/N), de zuurtegraad (pH) en elektrische geleidbaarheid van je mest bedraagt.

Documentaire: winst met kringlooplandbouw

“Ik heb deze documentaire zeker drie keer bekeken. Ze was een echte eye-opener voor mij. Ze legt uit hoe je een biologische kringloop op gang trekt via je voeder, mest en bodem, die alleen maar efficiënter wordt.” ​

Hoewel de melkproductie kan dalen, kan er dankzij kringlooplandbouw op andere manieren kosten bespaard worden. Ook de stikstofverliezen op bedrijfsniveau en per hectare dalen. ​ Dat bleek al uit de studie 'kringlooplandbouw in de melkveehouderij (2024)' die het INBO uitvoerde in opdracht van VLM.

Contacteer ons

Leen Van den Bergh

Woordvoerder VLM

Juul Adriaens

Adjunct-woordvoerder VLM

Els Seghers

Adjunct-woordvoerder VLM

Persberichten in je mailbox

Door op "Inschrijven" te klikken, bevestig ik dat ik het Privacybeleid gelezen heb en ermee akkoord ga.

Over Vlaamse Landmaatschappij

De NV Vlaamse Landmaatschappij is een Extern Verzelfstandigd Agentschap van de Vlaamse overheid onder de bevoegdheid van de Vlaams minister van Omgeving en Landbouw en van de Vlaams minister van Binnenland, Steden- & Plattelandsbeleid, Samenleven, Integratie & Inburgering, Bestuurszaken, Sociale Economie en Zeevisserij.  

Onder het motto ‘Samen versterken we de open ruimte’ maakt de VLM werk van een milieu- en natuurvriendelijke landbouw, een klimaatrobuuste open ruimte en een vitaal platteland. Daarvoor verbinden we landbouw- en milieudoelen, investeren we in complexe openruimtedossiers en faciliteren we samenwerkingsverbanden. Zo bieden we een antwoord op maatschappelijke uitdagingen zoals de klimaatverandering, de achteruitgang van de bodem- en waterkwaliteit, de afname van de biodiversiteit en de leefbaarheid op het platteland.

Samen met lokale en bovenlokale belanghebbenden geven we het openruimtebeleid, het plattelandsbeleid en het mestbeleid vorm en voeren we het uit op het terrein. Zo dragen we samen met onze partners bij aan de realisatie van de Europese en Vlaamse natuur-, plattelands- en milieudoelen.

De VLM werd opgericht in 1988 en stelt ongeveer 600 personeelsleden te werk via 6 kantoren te Brugge, Gent, Brussel, Leuven, Herentals en Hasselt.

De foto's in onze perskamer zijn eigendom van de Vlaamse Landmaatschappij. Het gebruik van die foto's is toegestaan mits bronvermelding (copyright Vlaamse Landmaatschappij).

Neem contact op met