"Landbouwers zijn onze partners om de waterkwaliteit in orde te krijgen"
Interview met minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns
31 maart 2025

U bent ongeveer een half jaar aan de slag als minister bevoegd voor Omgeving en Landbouw. Hoe heeft u die eerste periode ervaren? Hoe kijkt u naar de relatie tussen landbouw, milieu, natuur en open ruimte?
Het was absoluut een heel fijne periode. Ik heb veel geleerd. Het is ongelooflijk de innovatie in de landbouw, natuur en milieubeleid te zien. Ik ben nog meer overtuigd dat landbouw, natuur en landschap samen horen. De uitdagingen, die blijven natuurlijk groot, maar geen uitdaging zonder oplossing. Dat gaan we de komende tijd dan ook blijven aanpakken. Door landbouw, milieu, natuur en open ruimte samen te brengen en synergieën te zoeken, kan dat ook.
Wat is volgens u de grootste uitdaging op gebied van landbouw en omgeving in Vlaanderen? En hoe wil u daarmee omgaan?
De grootste uitdaging is de oude bondgenoten opnieuw samenbrengen. Natuur en landbouw moeten opnieuw dezelfde taal spreken.
U heeft als minister van Omgeving en Landbouw de ambitie om de verschillende belangen en doelgroepen met elkaar te verzoenen in het dichtbevolkte Vlaanderen. Hoe wilt u dat precies aanpakken?
In de eerste instantie door alle actoren samen aan tafel te brengen. In de praktijk is het water niet zo diep als het lijkt. Het princiepsakkoord over het mestbeleid is een goed voorbeeld van hoe landbouw en natuur elkaar kunnen vinden. Ik wil de beide mee aan tafel voor beleid dat gedragen en dus duurzaam is.
Hoe past het gewijzigde mestdecreet in de bredere visie en doelstellingen van Vlaanderen op het gebied van landbouw en milieu?
Het gewijzigde beleid is een voorbeeld van verantwoordelijkheid. Wij nemen als overheid verantwoordelijkheid, maar ook de landbouwers doen dat. Op een toelichtingssessie gaf één van de mensen bij VLM aan dat de landbouwers de waterkwaliteit niet verbeteren voor Europa of de VLM, maar omdat dat gewoon belangrijk is. Zij zijn onze partner om die waterkwaliteit in orde te krijgen. Met dit nieuwe beleid zetten we grote stappen vooruit. Het is het strengste beleid ooit. Anderzijds moeten we ook goed luisteren naar de land- en tuinbouwers. Ze hebben gelijk als ze vragen om enkel verantwoordelijk te zijn voor de vervuiling die zij veroorzaken. Daartoe moeten we ook naar de MAP-meetpunten kijken.
In februari organiseerde de VLM avondtoelichtingen over de wijzigingen in het mestbeleid in de verschillende provincies. U was op meerdere daarvan aanwezig van begin tot eind. Hoe heeft u deze infosessies aan de landbouwers ervaren?
Heel positief. Hoewel het beleid natuurlijk complex is, en we als overheid héél wat van onze landbouwers vragen, was ik onder de indruk van de manier waarop de VLM deze avonden heeft aangepakt. De organisatie zat goed, de toelichting was helder en er werd heel empathisch gereageerd. Het was voor mij ook een goede kennismaking met de werking van de Mestbank.
Wat is voor u de belangrijkste maatregel uit het nieuwe mestdecreet in relatie tot een verbeterde bodem- en waterkwaliteit?
Dat is het net: beleid is nooit een silver bullet. Het feit dat we voor het eerst sinds lang stappen zetten, in samenspraak mét de sector, dat vind ik bijzonder belangrijk.

Er wordt een opvolgingsorgaan opgericht voor het opvolgen van de maatregelen en voor het nemen van bijkomende initiatieven. Hoe kijkt u daarnaar?
Dat is voor mij hoe je beleid moet voeren. We moeten de mensen op het terrein en de middenveldorganisaties die hen vertegenwoordigen grondig beluisteren. Dat is namelijk de enige manier om gedragen én effectief beleid te voeren.
Beheerovereenkomsten zijn een belangrijk instrument om landbouwers te stimuleren om milieu en natuurvriendelijker te gaan werken. De economische inpasbaarheid is niet voor elke landbouwer even vanzelfsprekend. Op welke manier kunnen we vanuit de overheid bijkomend inzetten om nog meer landbouwers te overtuigen hieraan mee te werken?
Ik geloof persoonlijk heel erg in beheerovereenkomsten. Ze helpen zorgen voor biodiversiteit, landschap, water en lucht, samen met de landbouwers. We zorgen ervoor dat de landbouwer hierop kan inzetten zonder dat hij hier financieel op inboet. Er zijn ook wel wat mooie voorbeelden van plaatsen waar ze écht werken. Maar we moeten ook eerlijk zijn: ik zou morgen graag meer beheerovereenkomsten zien dan vandaag.
Zonder in de techniciteit te duiken van de beheerovereenkomsten denk ik dat twee zaken belangrijk zijn: Ten eerste moet een maatregel inpasbaar zijn op het bedrijf. Wij kunnen in Brussel allerlei maatregelen bedenken, maar als ze het zweet van de boer niet voelen, dan zullen ze niet werken. Daar moeten we heel erg oog voor houden. Ten tweede moeten we de polarisatie tussen landbouw en natuur verminderen. Ik denk dat door de polarisatie tussen landbouw en natuur er minder beheerovereenkomsten waren. Dat is jammer, maar begrijpelijk. Door de landbouwer te zien als een sleutelspeler in de zorg voor onze omgeving en ons landschap, tonen we zij niet het probleem zijn, maar de oplossing.
Als afsluiter, welke boodschap heeft u voor iedereen die in Vlaanderen bijdraagt aan de open ruimte en duurzame landbouw?
Geloof in jezelf! Ik rijd dagelijks door Vlaanderen, van Kinrooi tot Koekelare en van Halen tot Heuvelland. De landschappen, de open ruimte die ik zie, die is fantastisch. Er is nog heel wat werk, maar laten we ook niet vergeten trots te zijn. Het is een voorrecht om in een regio als Vlaanderen te kunnen werken, wonen en leven. We vergeten dat al te vaak. Dus wees maar trots genoeg!