Lerende netwerken als hefboom voor maatschappelijke transities
Van theorie naar praktijk: hoe pakten we het lerend netwerk aan?
11 februari 2026

Het was belangrijk om het leren in de praktijk te laten plaatsvinden. Na een gezamenlijke kick-off organiseerden we tien praktijkdagen, telkens bij een andere bodempionier. We gingen ter plaatse kijken waar en hoe zij werken, observeerden hun bodempraktijken en gingen in gesprek over hun leervragen.
Elke praktijkdag combineerde terreinbezoek met uitwisseling tussen pioniers en externe experten. Zo ontstond een leeromgeving waarin kennis niet alleen werd gedeeld, maar ook getest, bevraagd en verfijnd.
Door op de plek zelf te leren, werden regeneratieve bodempraktijken tastbaar. Niet als abstracte theorie, maar als iets dat je kan zien, voelen en toepassen.
Tijdens deze ontmoetingen werkten we samen met de Bodempioniers de negen bodempraktijken voor regeneratieve bodemzorg uit.
Daarnaast werden ook systemische drempels én hefbomen in kaart gebracht om bodemregeneratie in Vlaanderen te versnellen en op te schalen.
Wat maakte dit lerend netwerk succesvol volgens de Bodempioniers?
Ze gaven aan dat vooral deze elementen het verschil maakten:
- een doordachte samenstelling van het netwerk,
- een helder en gedeeld doel,
- aandacht voor groepsdynamiek,
- co-creatie als leidend principe,
- regelmaat en ritme,
- leren op het terrein, niet alleen in vergaderzalen,
- zorgvuldige voorbereiding van elke bijeenkomst samen met de ontvangende bodempionier en
- het creëren van veilige condities om te durven experimenteren en leren.
Samen zorgden deze factoren ervoor dat het netwerk meer werd dan een uitwisseling van ideeën, kennis en ervaringen. We ontwikkelden een relationeel weefsel tussen de Bodempioniers dat ook na het formeel einde van het lerend netwerk blijft bestaan. De Bodempioniers blijven in contact met elkaar en weten elkaar ook in de toekomst te vinden.
Waarom werken lerende netwerken bij maatschappelijke transities?
Maatschappelijke transities zijn complex. Je kan ze niet oplossen met één plan of één expert.
Daar ligt de kracht van lerende netwerken. Transitievragen zoals bodemregeneratie zijn geen klassieke problemen met één juiste oplossing. Ze vragen om leren in de praktijk, samen met iedereen die erbij betrokken is.”
Lerende netwerken bieden ruimte om af te stappen van een klassieke, hiërarchische aanpak en te evolueren naar een manier van werken die iteratief, participatief en gedragen is. Theorie en praktijk worden met elkaar verbonden, en inzichten groeien stap voor stap, op basis van wat werkt en wat niet.
Door samen te doen, te observeren en bij te sturen zijn lerende netwerken geschikt om vraagstukken op te lossen die complex zijn.
Als alles zwaar, technisch en probleemgericht blijft, haken mensen af. Humor en positiviteit zorgen voor openheid. Ze maken het veilig om te experimenteren, fouten te maken en opnieuw te proberen.
Transities zijn geen rechte lijn. Ze vragen verbeelding, speelsheid en hoop. Door samen te lachen, te verwonderen en successen te vieren, hoe klein ook, blijft de energie in het netwerk en durven mensen verder te gaan.
