Mestbank vraagt om oordeelkundig te bemesten na de oogst

Woensdag 5 augustus 2015 — Met MAP 5 wil de Vlaamse overheid, samen met de land- en tuinbouwers, de waterkwaliteit verder verbeteren en de vooropgestelde doelstelling voor 2018 halen. Het is dan ook belangrijk dat de land- en tuinbouwers oordeelkundig en efficiënt omspringen met hun bemesting, zodat de nutriënten niet uitspoelen. Vooral op de percelen waar de oogst wat minder was door de droogte van de afgelopen maanden is grote voorzichtigheid geboden.

De Mestbank zet in dit bericht de regels voor het bemesten in de maand augustus op een rij. In een volgend bericht communiceert de Mestbank de regels voor het uitrijden van mest en mestopslag na 1 september en de uitrijregeling in de polders.

Nieuw is dat MAP 5 in verband met het tijdstip van bemesten de meststoffen opdeelt in drie types, afhankelijk van de werking van de meststoffen:

  • meststoffen van type 1: stalmest, champost en traagwerkende meststoffen
  • meststoffen van type 2: alle meststoffen die niet tot type1 of 3 behoren
  • meststoffen van type 3: kunstmest, spuistroom en effluenten

Verplichte inzaai van een nateelt of vanggewas bij bemesting na de oogst

Landbouwers mogen hun akkers met meststoffen van het type 2 of type 3 na de oogst van de hoofdteelt slechts bemesten als ze een nateelt of vanggewas inzaaien. Dat hoeven ze niet te doen als ze meststoffen van het type 1 gebruiken.

Als de oogst van het gewas plaatsvond in juli, moet er ten laatste op 31 juli een nateelt of ten laatste op 31 augustus een vanggewas ingezaaid worden. Als de oogst plaatsvond in augustus, moet er ten laatste op 31 augustus een vanggewas ingezaaid worden. Ook als jaarlijks de teelten wintergerst of wintertarwe worden ingezaaid, moet ten laatste op 31 juli een nateelt of ten laatste op 31 augustus een vanggewas ingezaaid worden. Als dat niet gebeurt, blijft de grond te lang onbedekt en kunnen nutriënten afspoelen en uitspoelen.

Elk vanggewas wordt beschouwd als een nateelt, maar niet elke nateelt is daarom een vanggewas.

Vanggewassen nemen laat in het najaar nog voldoende nutriënten op. Wettelijk werd bepaald dat volgende gewassen als vanggewas worden beschouwd: gele mosterd, bladrammenas, Facelia, Tagetes, voederkool, bladkool, Festulolium, Nyger, gras, raaigras, grasklaver, zomerhaver, boekweit, Japanse haver, raapzaad, komkommerkruid, soedangras, zwaardherik, Sarepta mosterd, snijrogge, een mengsel van niet-vlinderbloemige groenbedekkers of andere niet-vlinderbloemige groenbedekkers.

 

Specifieke teelten ingezaaid na de hoofdteelt

Ook als ten laatste op 31 augustus een specifieke teelt wordt ingezaaid kan de landbouwer nog bemesten na de oogst van de voorgaande teelt. Specifieke teelten zijn: fruit, groenten van groep I, II of III, aardbeien, sierteelt en boomkweek, spruitkool en graszoden.

De bemesting van groenten van groep I of II, sierteelt en boomkweek of aardbeien moet onderbouwd worden met een bemestingsadvies en eventueel een bodemstaalname.

De groenten van groep I, II en III zijn:

GROEP I: bloemkool, groene selder, witte kool, boerenkool, spitskool, prei, broccoli, romanescokool, rodekool, savooikool, artisjok, Chinese kool, rabarber, bladselder of andere kolen met uitzondering van voederkool en spruitkool.

GROEP II: spinazie, courgettes, sla, knolselder, peterselie, bieslook, basilicum, augurken, pompoenen, knolvenkel, koolrabi, paksoi, die geteeld worden op niet permanent overkapte landbouwgronden en andere groenten die niet onder groep I of groep III vallen en geen teelt zijn met een lage stikstofbehoefte.

GROEP III: wortelen, rapen, koolraap, rode biet, pastinaak, rammenas met uitzondering van bladrammenas, radijs, mierikswortel, schorseneren, wortelpeterselie, asperges, erwten, bonen, dille, kervel, tijm, of andere kruiden met uitzondering van peterselie, bieslook en basilicum.

 

Beperkte hoeveelheid bemesting na de oogst in augustus

De landbouwers moeten niet alleen de voorwaarden voor de inzaai van een nateelt, specifieke teelt of vanggewas naleven. De landbouwers die voor eind juli geen nateelt hebben ingezaaid, moeten ook rekening houden met de maximale bemestingsdosis voor meststoffen van het type 2 of type 3. Voor de landbouwers die ten laatste op 31 juli een nateelt hebben ingezaaid, is er geen extra dosisbeperking.

De landbouwers die een vanggewas of specifieke teelt inzaaien ten laatste op 31 augustus, mogen maximaal 36 kg werkzame N/ha van de meststof van het type 2 gebruiken. Dat is een heel kleine hoeveelheid. Landbouwers die met forfaitaire waarden rekenen kunnen maximaal 12,5 ton rundermengmest per ha of 7,4 ton varkensmengmest per ha toepassen. Een nauwkeurige dosering is dus aangewezen.

De landbouwers die in de maand augustus een specifieke teelt inzaaien, mogen ook bemesten met meststoffen van het type 3, zonder dosisbeperking.

 

Vanggewassen voor focusbedrijven (nieuw in 2015!)

Overal waar de (hoofd)teelt en de bodem het toelaat, moeten focusbedrijven een vanggewas inzaaien, ook als er geen bemesting na de oogst voorzien is. De inzaai gebeurt het best zo snel mogelijk en ten laatste 1 maand na de oogst van de hoofdteelt.