Nieuwe begeleidingsdienst voor Betere Bodem- en Waterkwaliteit (B3W) zet in op coaching voor en door landbouwers

Nieuwe begeleidingsdienst voor Betere Bodem- en Waterkwaliteit (B3W) zet in op coaching voor en door landbouwers

Interview met Sophie Nawara en Bram Van Nevel

De nieuwe Begeleidingsdienst voor Betere Bodem- en Waterkwaliteit (B3W) is een initiatief van de VLM. Een groep van 14 Vlaamse praktijk- en onderzoekscentra voor landbouw uit heel Vlaanderen bundelt de krachten en kan de komende 4 jaar intensief samenwerken om de landbouwers te begeleiden. We leggen ons oor te luister bij twee medewerkers van B3W om te weten te komen wat de landbouwers mogen verwachten.

Story image

Sophie Nawara werkt achter de schermen en is verantwoordelijk voor het kennisbeheer. Samen met haar B3W-collega’s zal ze informatie verzamelen en die verwerken tot vlotte teksten en presentaties die iedereen kan raadplegen. “De mensen op het terrein hebben nood aan gevalideerde kennis en uniforme, onderbouwde methodieken”, vertelt Sophie. Ze ziet het samenwerkingsverband tussen de verschillende praktijkcentra en onderzoeksinstellingen dan ook als een unieke kans om landbouwers in heel Vlaanderen op een eenvormige manier te informeren. Doordat onze begeleiders verspreid zitten over heel Vlaanderen, zal een aardappelteler in West-Vlaanderen dezelfde informatie krijgen als zijn collega in Limburg. Dat vind ik een belangrijk gegeven."  

Oog voor bodem- én waterkwaliteit

De begeleidingsdienst voor Betere Bodem- en Waterkwaliteit richt zich op twee doelstellingen: het verbeteren van de bodem- én de waterkwaliteit.

Een goede bodemkwaliteit is een basisvereiste om goed aan landbouw te kunnen doen en nutriëntenverliezen te vermijden. Sophie: “Als de bodemorganische stof en zuurtegraad niet op peil zijn, zal de gegeven bemesting niet optimaal benut worden, wat een kost is voor de landbouwer en het milieu. Met die twee pijnpunten kampen heel wat Vlaamse bodems, er is dus werk aan de winkel.”

“Ook het nutriëntenbeheer komt aan bod. We kijken naar het volledige bedrijf en onderzoeken waar we het gebruik van nutriënten kunnen verminderen en verliezen kunnen voorkomen, want om goede resultaten te kunnen bereiken, is het brede nutriëntenverhaal van een bedrijf van belang”, weet Sophie. Denk aan hoeveel dieren er zijn, het voedermanagement, de mestopslag, de mestsoorten die worden gebruikt en hoe die worden opgebracht, het tijdstip van bemesting, de hoeveelheid bemesting, de teeltrotatie. Al die aspecten beïnvloeden niet alleen de waterkwaliteit, maar ook de luchtkwaliteit en het klimaat.

Het veranderende klimaat zorgt voor uitdagingen. Sophie: “Door de meer extreme weersomstandigheden verhoogt het risico op nutriëntenverliezen. Door een combinatie van maatregelen en innovaties, kunnen de verliezen worden beperkt. Bijvoorbeeld door het inzetten op een juiste bemestingsstrategie, het sleutelen aan rantsoenen, een meer duurzame teeltrotatie met onder andere wintergranen en het optimaliseren van mestopslag en stallen.”

Onbeantwoorde vragen als motor voor vernieuwing

Achter de schermen werkt B3W aan de opbouw van een kennisnetwerk. Sophie: “We gaan kijken waar informatie voorhanden is, zowel in het binnen- als buitenland. Voor bepaalde thema’s zullen we deelnemen aan symposia en ons netwerk uitbreiden. We weten dat er overlappend onderzoek is in de buurlanden, we kunnen daar inspiratie uithalen. We hoeven dat onderzoek niet opnieuw te doen.”  

B3W zal er ook voor zorgen dat de ervaringen uit het voorlichtings- en begeleidingssysteem doorstromen naar het onderzoeksveld om innovatie te stimuleren. Sophie: “Als de landbouwers vragen hebben of de begeleiders iets zien op het bedrijf, waar ze geen antwoord op kennen, zullen we eerst nagaan in de literatuur of daar iets over te vinden is. Als dat niet het geval is, formuleren we een onderzoeksnood.”

Coaching voor en door landbouwers

De werking van B3W strekt zich uit over 6 sectoren. Een van de begeleiders op het terrein is Bram Van Nevel. Hij zal de sectorwerkgroep groenten leiden. De andere sectoren zijn akkerbouw/grove groenten, aardappelen, melkvee, sierteelt en fruitteelt.

Om ervoor te zorgen dat de meest geschikte en innovatieve technieken en praktijken hun weg vinden naar de individuele bedrijven, worden focusgroepen en thematische uitwisselingsmomenten opgericht.

Story image

Bram: “De landbouwers die deelnemen aan een focusgroep, zullen drie keer per jaar samenkomen om nieuwe inzichten te verwerven tijdens een traject van 2 jaar. Het gaat om kleine groepjes landbouwers van een 6-tal deelnemers. Alle deelnemers zullen om de beurt hun bedrijf voor elkaar openstellen om te leren van elkaar. Het is de bedoeling dat de verschillende telers een rondleiding geven op hun bedrijf en vertellen hoe ze werken. Ze kunnen ervaringen in de groep gooien en daarover discussiëren, om dan samen tot een actieplan te komen voor een bepaald onderwerp.  De resultaten uit de focusgroepen willen we delen met andere landbouwers, onder meer via artikels en nieuwsberichten.”

“De thematische uitwisselingsmomenten zijn gericht op grotere groepen landbouwers. Tijdens een thematisch uitwisselingsmoment zal een landbouwer een techniek of werkwijze die hij toepast op zijn bedrijf demonstreren aan een 50-tal collega’s. Het gaat dan vooral om goede technieken die al wat wijder verspreid zijn en hun nut al bewezen hebben. Het gaat er niet zo experimenteel aan toe als in de focusgroepen. Ook gaat het bij de demonstraties om 1 techniek. Bij de focusgroepen kunnen verschillende zaken aan bod komen”, verduidelijkt Bram. Wat wel gelijkloopt met de focusgroepen, is dat ook de thematische uitwisselingsmomenten ruimte bieden voor interactie. “We willen de  landbouwers inspireren om zich te verdiepen in een nieuwe werkwijze. Misschien voelen ze zich nadien geroepen om de handige Harry in zich naar boven te laten komen en hun bestaande machines zelf aan te passen. Sommige verbeterpunten hoeven echt niet veel te kosten, een ketsplaat op de kunstmeststrooier bijvoorbeeld kan met de nodige creativiteit en handigheid zelf gemaakt worden."

Ook individuele begeleiding mogelijk

De begeleiders van de Begeleidingsdienst voor Betere Bodem- en Waterkwaliteit, zullen land- en tuinbouwers ook individueel bijstaan in het verduidelijken, kiezen en toepassen van de juiste praktijken op maat van hun landbouwbedrijf. Landbouwers kunnen hiervoor niet zelf aankloppen bij de begeleidingsdienst, maar kunnen op doorverwijzing van de VLM worden geholpen. Zo kunnen de landbouwers die het meest nood hebben aan begeleiding gratis begeleiding krijgen. Die begeleidingen zijn vrijwillig en gebeuren vertrouwelijk.

Digitaal platform

Om te informeren en te inspireren, heeft B3W een digitaal platform ontwikkeld. Voorlopig vind je op www.b3w.vlaanderen.be alleen basisinformatie. De komende weken wordt het platform aangevuld.

Wel kun je je nu al inschrijven voor het eerste thematische uitwisselingsmoment over groenbedekkers op 18 maart 2021.

Over Vlaamse Landmaatschappij

De NV Vlaamse Landmaatschappij is een Extern Verzelfstandigd Agentschap van de Vlaamse overheid onder de bevoegdheid van de Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme.  

Voor de VLM zijn een veerkrachtige open ruimte en een dynamisch platteland vol leven het antwoord op uitdagingen als verstedelijking en klimaatverandering. We versterken de open ruimte en het platteland door mee te werken aan het beleid en door te investeren in bodem- en waterkwaliteit, biodiversiteit, sociale cohesie en infrastructuur. We zorgen voor een mooi landschap en een gezonde omgeving, waar het goed is om te leven en te werken en waar er ruimte is voor ontspanning. 

De VLM werd opgericht in 1988 en stelt ongeveer 600 personeelsleden te werk via 6 kantoren te Brugge, Gent, Brussel, Leuven, Herentals en Hasselt.

De foto's in onze perskamer zijn eigendom van de Vlaamse Landmaatschappij. Het gebruik van die foto's is toegestaan mits bronvermelding (copyright Vlaamse Landmaatschappij).

Vlaamse Landmaatschappij
Leen Van den Bergh
Woordvoerder VLM
Koning Albert II laan 15
1210 BRUSSEL