Skip to Content
Nieuwe beheerovereenkomsten focussen op biodiversiteit in landbouwgebied

Nieuwe beheerovereenkomsten focussen op biodiversiteit in landbouwgebied

Interview met Jelle Van den Berghe, raadgever Omgeving van Vlaams minister Zuhal Demir

De start van het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) in 2023, betekent ook de start van een nieuwe generatie beheerovereenkomsten. Hoe die er in detail uitzien, weten we pas zeker na de definitieve goedkeuring van het Vlaams strategisch plan voor het GLB door de Europese Commissie en de Vlaamse Regering. In afwachting daarvan, spraken we over de koerswijziging voor de nieuwe beheerovereenkomsten met Jelle Van den Berghe, raadgever Omgeving van Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir.


​Dag Jelle, beheerovereenkomsten ondersteunen landbouwers die extra inspanningen doen voor biodiversiteit, landschap en milieu en maken het landbouwgebied zo wat groener. Verandert er iets aan de doelstelling van het instrument?

We gaan de beheerovereenkomsten meer focussen, zowel inhoudelijk als ruimtelijk. Inhoudelijk leggen we de klemtoon op de biodiversiteit van het landbouwlandschap. Het gaat om soorten die enorm onder druk staan in Vlaanderen en bij uitbreiding in heel Europa. Met de beheerovereenkomsten willen we leefgebieden creëren voor akker- en weidvogels en andere soorten die verbonden zijn aan het landbouwgebied. We stimuleren landbouwers om het maaien uit te stellen tot na het broedseizoen, om kruidenrijke akkers, graan of luzerne in te zaaien, enzovoort. De maatregelen die landbouwers via een beheerovereenkomst uitvoeren dragen uiteraard ook bij aan het landschap en aan de bodem- en waterkwaliteit. Maar de biodiversiteit in het landbouwgebied beschermen en versterken is de belangrijkste doelstelling.

"We stimuleren landbouwers om het maaien uit te stellen tot na het broedseizoen, om kruidenrijke akkers, graan of luzerne in te zaaien, enzovoort."

Waarom die focus op biodiversiteit?

Veel soorten die gebonden zijn aan landbouw doen het niet al te best of ronduit slecht. De uitdagingen op dat vlak zijn enorm. Pesticidengebruik, monoculturen en het verwijderen van landschapselementen zoals knotwilgen of heggen hebben gezorgd voor een sterke achteruitgang van akker- en weidevogels enerzijds maar ook de typische soorten van halfopen landschappen anderzijds. Denk aan de veldleeuwerik, geelgors, patrijs en grauwe gors. Niet alleen vogelsoorten lijden eronder: ook vissen zoals de beekprik, zoogdieren als de hamster en amfibieën zoals de knoflookpad staan onder druk.

De koerswijziging heeft ook een ruimtelijke impact

Door de beheerovereenkomsten daar in te zetten waar ze de grootste impact hebben op de biodiversiteit in het landbouwgebied willen we een groter verschil maken op het terrein. We kijken dan vooral naar kansen op populatieniveau. Een Vlaamse populatie kan pas duurzaam zijn wanneer soorten voldoende grote aantallen kennen in echte “bastions”. Dat betekent inderdaad ook dat we ruimtelijk moeten focussen. In het verleden werden de middelen te versnipperd ingezet. Mede daardoor bleek de inzet van vele miljoenen euro’s onvoldoende positieve effecten te hebben om de negatieve trend te keren. We bekijken waar het instrument het meest bijdraagt aan de doelstellingen voor soortenbescherming en het bufferen en verbinden van kwetsbare natuur.

Dat doet geen afbreuk aan het goede werk dat de bedrijfsplanners en de betrokken landbouwers de voorbije jaren hebben geleverd. De laatste jaren evolueerden we namelijk al sterk naar een gebiedsgerichte inzet van de beheerovereenkomsten. De ruimtelijke focus in beheergebieden zal die lijn gewoon doortrekken.

Door de beheerovereenkomsten daar in te zetten waar ze de grootste impact hebben op de biodiversiteit in het landbouwgebied willen we een groter verschil maken op het terrein.

Hoe worden de beheergebieden afgebakend?

Om die gebieden af te bakenen zijn we in overleg gegaan met het ANB en het INBO en hebben we ons op de beschikbare wetenschappelijke data gebaseerd. Dat was een intensief proces, waarbij we niet over één nacht ijs zijn gegaan.

De soortenbeschermingsprogramma’s waarvoor de beheerovereenkomsten een belangrijke bijdrage kunnen leveren vormen de hoeksteen van de beheergebieden. Het gaat over soorten die in meer of mindere mate aan landbouwgebied gebonden zijn: akker- en weidevogels, grauwe kiekendief, hamster, maar ook knoflookpad, grauwe klauwier, hazelmuis, boomkikker, kamsalamander, vroedmeesterpad, zomertortel, bruine kiekendief, rivierdonderpad en beekprik. Daarnaast zijn er ook een aantal gebieden opgenomen waar de focus op het bufferen en verbinden van kwetsbare natuur ligt. Het gaat dan onder meer om kwetsbare natuur in habitats van Europees belang en regionaal belangrijke leefgebieden.

De lat ligt hoog. Welke troeven liggen er op tafel om die ambities waar te maken?

Samen met de VLM werken we aan ambitieuze maar bedrijfsinpasbare maatregelen. Ook in het volgende GLB staat daar een correcte vergoeding tegenover. Daarnaast blijven de bedrijfsplanners van de VLM een grote troef. De voorbije jaren hebben zij met hun expertise al fantastische zaken gerealiseerd. Zij worden ingezet voor het gericht sluiten van beheerovereenkomsten met de landbouwer en ze begeleiden de landbouwer bij de uitvoering ervan. Door samen op het terrein te gaan en met elkaar te praten hebben ze in het verleden al heel wat landbouwers kunnen overtuigen om iets te doen voor de biodiversiteit op hun land. Hun rol is niet te onderschatten.

"De bedrijfsplanners worden ingezet voor het gericht sluiten van beheerovereenkomsten met de landbouwer en ze begeleiden de landbouwer bij de uitvoering ervan."

Kunnen beheerovereenkomsten alleen die ambities waarmaken?

De biodiversiteit versterken is iets wat we allemaal samen moeten doen. Niet alleen de VLM en de landbouwers, maar alle actoren die actief zijn in het landbouwgebied staan voor deze opdracht. Daarbij zijn de beheerovereenkomsten slechts 1 instrument. Ook het structureel vernatten van gebieden voor weidevogels, het aanplanten van heggen en knotbomen en bijvoorbeeld de aanleg van poelen zijn erg belangrijk. Om de doelstellingen te realiseren kijken we ook naar de verplichtingen die opgenomen zijn in het GLB, naar de niet-productieve investeringen en de laagdrempelige eenjarige ecoregelingen van het Departement Landbouw en Visserij. ​ Verder rekenen we op actoren zoals het de regionale landschappen, Natuurpunt, het INBO, Boerennatuur vzw, de landbouworganisaties, … Zij spelen allemaal een belangrijke rol om draagvlak te creëren, communicatie en educatie te voorzien en de resultaten te monitoren. Door nog sterker in te zetten op onderlinge samenwerking kunnen we nog betere resultaten boeken.


Niet elke landbouwer in Vlaanderen zal nog beheerovereenkomsten kunnen sluiten. Zijn er alternatieven voor die landbouwers?

We moedigen elke landbouwer aan om iets extra te doen voor de biodiversiteit, het milieu of het landschap. Ook buiten het beheergebied van de beheerovereenkomsten blijft het belangrijk dat we stappen vooruit zetten. De ecoregelingen van het Departement Landbouw en Visserij behoren daarbij tot de mogelijkheden.

Zodra de nieuwe regelgeving definitief is en alle mogelijkheden gekend zijn zal de VLM alle landbouwers informeren. ​

Meten is weten. Hoe weten we of de nieuwe regeling meer impact heeft?

Beheerovereenkomsten kunnen een enorm grote meerwaarde hebben voor een waaier aan soorten. Ga maar eens wandelen in de Zwarte Beek in Limburg, het Dijleland in Vlaams-Brabant, de Brugse Polders en de Moeren in West-Vlaanderen en vele andere gebieden waar landbouwers beheerovereenkomsten hebben gesloten. Het zijn die gebieden waar je nog veldleeuweriken, geelgorzen, grutto’s en wulpen kan spotten. Toch is het onvoldoende en moet ook de milieukwaliteit worden opgekrikt.

Maar het klopt dat monitoring vereist is om op een onderbouwde manier de effecten van de maatregelen in kaart te brengen en om dan eventueel te kunnen bijsturen waar nodig. Daarom is het belangrijk om een meetnet voor agrarische soorten op te zetten zodat we op een wetenschappelijk onderbouwde manier kunnen nagaan welke lokale of regionale trends de doelsoorten vertonen. We gaven het INBO daarvoor de opdracht om voor het eerst in Vlaanderen een structureel een langjarig meetnet op poten te zetten om zo de effecten van de inzet van belastingmiddelen te monitoren zodat bijsturen waar nodig mogelijk wordt.

Beheerovereenkomsten worden vrijwillig gesloten door landbouwers. Is dat geen risico?

Ja, dat is een risico. Het is van groot belang de beheerovereenkomsten dan ook te zien als één van de instrumenten om werk te maken van het realiseren van de natuurdoelen in landbouwgebieden. Dit naast een stevige koffer aan noodzakelijke instrumenten en regelgeving om de milieu- en landschapskwaliteit in Vlaanderen te versterken. We zijn ervan overtuigd dat naast de basiscondities die landbouwers moeten nastreven, de beheerovereenkomsten een sterke stimulans zijn voor landbouwers om extra inspanningen voor de biodiversiteit te leveren. We moeten erover waken dat alle maatregelen en instrumenten goed op elkaar afgestemd zijn, zodat ze elk een meerwaarde creëren en zodat de totale impact groter is dan de som van de delen.

 

U vindt alle informatie over de beheerovereenkomsten op de website van de Vlaamse Landmaatschappij.

 

Over Vlaamse Landmaatschappij

De NV Vlaamse Landmaatschappij is een Extern Verzelfstandigd Agentschap van de Vlaamse overheid onder de bevoegdheid van de Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme.  

Voor de Vlaamse Landmaatschappij zijn een veerkrachtige open ruimte vol leven en een dynamisch platteland het antwoord op uitdagingen als de verstedelijking, de klimaatverandering en de achteruitgang van de biodiversiteit. We versterken de open ruimte en het platteland door te investeren in bodem- en waterkwaliteit, biodiversiteit, ruimte voor voedsel en sociale cohesie. We zorgen voor een kwaliteitsvol landschap en een gezonde omgeving, waar het goed is om te leven en te werken en waar er ruimte is voor ontspanning. 

Samen met lokale en bovenlokale belanghebbenden geven we het openruimtebeleid, het plattelandsbeleid en het mestbeleid vorm en voeren we het uit op het terrein. Zo dragen we samen met onze partners bij aan de realisatie van de Europese en Vlaamse natuur-, plattelands- en milieudoelen.

De VLM werd opgericht in 1988 en stelt ongeveer 600 personeelsleden te werk via 6 kantoren te Brugge, Gent, Brussel, Leuven, Herentals en Hasselt.

De foto's in onze perskamer zijn eigendom van de Vlaamse Landmaatschappij. Het gebruik van die foto's is toegestaan mits bronvermelding (copyright Vlaamse Landmaatschappij).

Vlaamse Landmaatschappij
Leen Van den Bergh
Woordvoerder VLM
Koning Albert II laan 15
1210 BRUSSEL