Soortenbescherming grauwe kiekendief op kruissnelheid: oppervlaktedoelstellingen in De Moeren al behaald

Soortenbescherming grauwe kiekendief op kruissnelheid: oppervlaktedoelstellingen in De Moeren al behaald

Twee jaar na de start van het soortbeschermingsprogramma voor de grauwe kiekendief in de West-Vlaamse Moeren hebben landbouwers al 100 hectare geschikt leefgebied gecreëerd. Het gaat om zogenaamde ‘vogelakkers’ die landbouwers aanleggen via een beheerovereenkomst met de Vlaamse Landmaatschappij (VLM). Dat de oppervlaktedoelstelling van het soortbeschermingsprogramma daarmee al gehaald is, is een onverhoopt succes. Nu is het wachten op de grauwe kiekendief. Het recente broedgeval van de zeldzame roofvogel in de buurt van Diksmuide doet de projectpartners alvast hoopvol naar de toekomst kijken.

De grauwe kiekendief is een beschermde roofvogel die in Vlaanderen nog maar zelden voorkomt. Hij maakt zijn nest in open landbouwgebieden, bij voorkeur in graanakkers. De Moeren in West-Vlaanderen is zo’n open en uitgestrekt landbouwgebied en vormt het ideale biotoop. In het kader van een soortbeschermingsprogramma grauwe kiekendief (zie verder) werd het landbouwgebied De Moeren in West-Vlaanderen aangeduid als kansrijk broedgebied. Daar worden zeer gericht maatregelen genomen om de soort terug naar Vlaanderen te krijgen.

Vogelakker, een winwin

Het gebied wordt door landbouwers ingericht via beheerovereenkomsten van de Vlaamse Landmaatschappij. De landbouwers voeren maatregelen uit op hun  landbouwpercelen en ontvangen daarvoor jaarlijks een vergoeding. Ze krijgen ook advies van een VLM-bedrijfsplanner. Een van die maatregelen is de vogelakker, die bestaat uit stroken luzerne afgewisseld met stroken van graan, gras en kruiden.
Het concept voor de vogelakker komt overgewaaid van het noorden van Nederland (Groningen), waar het succesvol bleek voor akkervogels, en de grauwe kiekendief. Veldmuizen, het favoriete hapje van de grauwe kiekendief, voelen er zich in thuis. Bovendien kan de luzerne verschillende malen per jaar gemaaid worden waardoor het ook voor de landbouwer een interessante aanvulling kan zijn op het rantsoen voor zijn bedrijf. Zeker in jaren met warme, droge zomers zoals de zomer van 2018, vormt de luzerne een belangrijke aanvulling omdat het gewas dan extra goed groeit

Nu al een succes

En de vogelakker slaat aan bij landbouwers. In 2018 is ruim 11 % (of bijna 100 hectare) van het prioritaire deel van De Moeren ingericht met akkervogelvriendelijke maatregelen waaronder vogelakkers, naast percelen met wintervoedselgewas en gemengde grasstroken met een gefaseerd maaibeheer. Daarmee is de oppervlaktedoelstelling voor het gebied – twee jaar na de start van het soortbeschermingsprogramma – al behaald.
Ook het soortbeschermingsprogramma is nu al een succes, want andere akkervogels zoals veldleeuwerik en gele kwikstaart plukken ook de vruchten van de inspanningen die landbouwers leveren. Door in de luzernestroken van de vogelakkers voldoende tijd tussen twee maaibeurten te voorzien (minstens 60 dagen) kunnen veldleeuweriken hun jongen grootbrengen. De luzerne en de graskruidenstroken trekken bovendien heel wat insecten aan die op hun beurt als voedsel dienen voor heel wat akkervogels.  Ook het recente broedgeval van grauwe kiekendief in de buurt van Diksmuide laat de projectpartners alvast hoopvol naar de toekomst kijken.

Situering van de beheerovereenkomsten Een overzicht na 10 jaar gebiedsgerichte inzet van beheerovereenkomsten in De Moeren. De totale opp. van het gebied aangeduid voor beheerovereenkomsten voor akkervogels is 2782 ha waarvan 1635 ha aangeduid is als ruimer gebied voor grauwe kiekendief (binnen De Moeren) en 842 ha als prioritaire maatregelenzone voor grauwe kiekendief (Bron, VLM)in de Moeren en omgeving in 2018 (Bron, VLM)

Type beheerovereenkomst

​Opp. (ha) 2008

​opp. (ha) binnen De Moeren 2008

​opp. (ha) 2018

​opp. (ha) binnen De Moeren 2018

​opp. (ha) prioritaire zone 2018

​perceelrand maaien 15 juni

​35

​22,5

7,8​

4,6​

2,2​

​​perceelrand maaien 15 juli

​-

​-

​17,7

​10,0

​10

perceelsrand gefaseerd maaien 15 augustus

​-

​-

​60,3

​48,4

​35,8

vogelakker

​-

​-

​48,6

​48,6

​37,93

​wintervoedselgewas

​-

​-

​25,4

​19,9

​9,2

totale oppervlakte

​35

​22,5

​159,7

​131,6

​95,13

​% dekking

​1,2

​1,4

​5,7

​8,1

​11,3

Partners in De Moeren

Rond de vogelakkers en de grauwe kiekendief hebben zich in De Moeren heel wat partners verzameld. Het ANB tekende het soortenbeschermingsprogramma uit, op basis van de Europese natuurdoelen, en de VLM stelde de beheerovereenkomst Vogelakker op punt. Ook heel wat andere partners dragen hun steentje bij. Het kenniscentrum Inagro begeleidde in 2016 de aanleg van de eerste vogelakker en deelde zijn kennis met de landbouwers. Dat demoveld heeft veel twijfels weggenomen. Het agrobeheercentrum ECO² laat landbouwers samenwerken bij het beheer van hun vogelakkers. De plaatselijke natuurwerkgroep De Kerkuil staat klaar om broedgevallen van de grauwe kiekendief meteen te spotten. En een overkoepelende gebiedscoördinator van een onafhankelijk studiebureau behoudt het overzicht over alle plannen en ingrepen. Alle partners, ook de landbouwers, het polderbestuur en de jachtsector, maken bovendien deel uit van de stuurgroep De Moeren. Die wordt getrokken door het Regionaal Landschap IJzer en Polder en houdt iedereen op de hoogte van de ontwikkelingen rond akkervogels.

Meten is weten

Om na te gaan wat al deze beheerovereenkomsten nu opleveren voor de akkervogels worden door vrijwillige en professionele onderzoekers verschillende zaken opgevolgd.  Zo zijn er in 2018 door een aantal vrijwilligers punttellingen uitgevoerd via een Meetnet Agrarische Soorten (MAS).  Dit laat toe om vogels in open landschappen in kaart te brengen. In De Moeren zijn verschillende telpunten bepaald waar tussen 1 april en 15 juli in een straal van 300 meter in 4 rondes gedurende 10 minuten alle vogels geteld worden. De waargenomen vogels worden op een kaart ingetekend met een code voor het (broed)gedrag.

Daarnaast doet het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) sinds 2016 broedvogelinventarisaties in het volledige gebied. Door jaar na jaar dergelijke punttelingen en broedvogelinventarisaties uit te voeren worden populatiedichtheden en trends in aantalsontwikkeling zichtbaar gemaakt en kunnen we aantonen welke impact de maatregelen hebben op deze populatiedichtheden.  Dergelijke monitoring laat toe de effectiviteit van de beheerovereenkomsten af te toetsen.

In 2018 startte in opdracht van de Vlaamse Landmaatschappij een onderzoek door Universiteit Hasselt met als doel te achterhalen wat de impact van de beheerovereenkomsten is tijdens de broedfase van akkervogels. Hiervoor wordt onder meer voor veldleeuwerik en gele kwikstaart via zenderonderzoek nagegaan hoe deze soorten door het landschap bewegen en welke factoren hun broedsucces bevorderen of verstoren. Dit onderzoek loopt tot 2021 en brengt gedetailleerd de impact van de beheerovereenkomsten in kaart. Niet alleen de concentratie aan broedvogels maar ook de voedselvoorziening en andere factoren die het broedsucces bepalen.

Naast vogels worden ook veldmuizen geteld vanaf dit jaar. Door deze tellingen uit te voeren op percelen met en zonder een beheerovereenkomst kunnen verschillen tussen beide in kaart gebracht worden en krijgen we een idee over de hoeveelheid veldmuizen. Deze veldmuizen zijn belangrijk als voedsel voor grauwe- en bruine kiekendieven in het broedseizoen.

Al dit onderzoek zal toelaten in beeld te brengen wat de impact is van beheerovereenkomsten in een gebied als De Moeren. Het zal ons leren hoe we de maatregelen verder kunnen verbeteren en de inzet ervan kunnen optimaliseren zodat beheerovereenkomsten daadwerkelijk een verschil kunnen maken en kunnen helpen de verdere achteruitgang van vele akkervogelsoorten tegen te gaan.

Meer informatie

 

 

Contacteer ons
Leen Van den Bergh woordvoerder at Vlaamse Landmaatschappij
Leen Van den Bergh woordvoerder at Vlaamse Landmaatschappij
Over Vlaamse Landmaatschappij

De NV Vlaamse Landmaatschappij is een Extern Verzelfstandigd Agentschap van de Vlaamse overheid onder de bevoegdheid van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw.

De VLM werkt aan een levenskrachtig platteland en een duurzame open ruimte waar het goed is om te wonen, te werken en te ontspannen.

In gebieden waar milieu, economie, natuur en verstedelijking samenkomen werkt de VLM met vele belanghebbenden aan een goede omgevingskwaliteit.

De VLM werd opgericht in 1988 en stelt 588 personeelsleden tewerk via 6 kantoren te Brugge, Gent, Brussel, Leuven, Herentals en Hasselt.

Vlaamse Landmaatschappij
Leen Van den Bergh
Woordvoerder VLM
Koning Albert II laan 15
1210 BRUSSEL