Van Beek tot Bodem: van versnippering naar verbinding

Katrijn Loosveldt, coördinator van het gebiedsprogramma 'Van Beek tot Bodem', ©VLM, Leen De Neve
Katrijn Loosveldt, coördinator van het gebiedsprogramma 'Van Beek tot Bodem', ©VLM, Leen De Neve

Het mag misschien verbazen, maar meer dan 50 % van het grondgebied van de stad Kortrijk is open ruimte. Zeker de open ruimte in de overgangszone tussen de stad en het platteland krijgt heel wat uitdagingen te verwerken. De klimaatverandering voegt daar nog een extra dimensie aan toe. Met het gebiedsprogramma ‘Van Beek tot Bodem’ verzamelde de stad Kortrijk een coalitie van lokale partners rond zich om met concrete maatregelen de water- en bodemkwaliteit te verbeteren in het gebied tussen de Leie en de Schelde op het grondgebied Kortrijk-Zuid.

Een Vlaamse centrumstad die een gebiedsprogramma voor de open ruimte trekt: het blijft een uitzondering. Kortrijk bewijst dat het kan en vervult daarmee ook een unieke rol binnen de coalitiewerking van Waterlandschap 2.0. ​ We gingen in gesprek met Katrijn Loosveldt van de stad, coördinator van het gebiedsprogramma Van Beek tot Bodem.

 

Wat zette de stad Kortrijk aan om in te gaan op de oproep?

In de periode dat de oproep Water+Land+Schap 2.0 liep, werkte de stad Kortrijk aan een analyse- en visierapport voor de open ruimte in Kortrijk-Zuid: het ‘open ruimteplan Interfluvium’. Op basis van studies en door gesprekken met betrokkenen bracht dat plan de klimaatuitdagingen uitgebreid in tekst en beeld. ​

Dit was het ideale vertrekpunt om ons actieprogramma Water+Land+Schap 2.0 vorm te geven, en coalitiepartners te motiveren mee aan de kar te trekken. De oproep vulde de ontbrekende schakel in: het gebiedsprogramma gaf ons de middelen en de partners om van visie naar realisatie te gaan. Omdat de stad doorheen de jaren een sterk netwerk had opgebouwd, was het logisch om een coördinerende rol op te nemen. Zo ontstond Van Beek tot Bodem.

 

Je had het over ‘uitdagingen’ voor het openruimtegebied. Wat houden die precies in?

Kortrijk-Zuid kent uitdagingen die herkenbaar zijn voor veel Vlaamse regio's. De open ruimte is er de voorbije decennia sterk veranderd onder invloed van verstedelijking, economische ontwikkeling en veranderingen in het ruimtegebruik. Daardoor raakte het landschap meer en meer versnipperd en nam de druk op de open ruimte toe. ​

Op het vlak van water staan we voor belangrijke uitdagingen. In het verleden lag de focus sterk op het snel afvoeren van water, waardoor veel beken werden rechtgetrokken of ingebuisd. Samen met een hoge verhardingsgraad heeft dat geleid tot een watersysteem dat kwetsbaar is zowel bij droogte als bij wateroverlast.

Daarnaast vragen ook bodemkwaliteit, waterkwaliteit en biodiversiteit aandacht. Klimaatverandering zet landbouwbodems steeds meer onder druk door droogte, erosie en extreme neerslag. Tegelijk zijn natuur- en bosgebieden vaak klein en versnipperd, waardoor soorten zich moeilijk kunnen verplaatsen en ecosystemen minder veerkrachtig worden.

Welke rol speelde landbouw? Wat maakte dat landbouwers bereid waren om mee te werken?

Als stad hebben we weinig directe invloed op het landbouwbeleid, dat vooral op Vlaams en Europees niveau wordt vormgegeven. Door Van Beek tot Bodem te coördineren, hebben we ons heel wat kennis over landbouw eigen kunnen maken. Daarbij konden we rekenen op de expertise van partners als Inagro, Boerennatuur en Natural Grown.

We namen eerst de tijd om tijdens dialoogtafels en keukentafelgesprekken naar landbouwers te luisteren en hun noden beter te begrijpen. Uit die gesprekken bleek dat een gezonde bodem de basis vormt van een veerkrachtige landbouw. Daarom legden we binnen het project sterk het accent op de bodemkwaliteit. Een bodem met voldoende organische stof houdt water beter vast tijdens droogteperiodes en is beter bestand tegen hevige neerslag. Zo investeren we tegelijk in een sterke landbouw én in klimaatweerbaarheid.

Daarom onderzocht Van Beek tot Bodem hoe landbouwers het humusgehalte van hun percelen kunnen verhogen via koolstofopbouwende technieken. Op zo'n 30 hectare testten we onder meer biostimulanten, complexe groenbemesters en houtsnippers. Een tiental ambassadeur-landbouwers bracht deze technieken in de praktijk en deelde hun ervaringen tijdens praktijkdagen en demonstraties. Hun inzet bleek van onschatbare waarde: stap voor stap groeide het vertrouwen tussen landbouwers en de stad, en dat vertrouwen werd de basis voor verdere samenwerking.

Jullie namen met Van Beek tot Bodem heel uiteenlopende maatregelen om de uitdagingen in het gebied aan te pakken. Kan je een voorbeeld geven van een ingreep die volgens jou het verschil maakt?

Het onthardingsproject in het Preshoekbos is een mooi voorbeeld. Deze ingreep toont hoe samenwerking en een geïntegreerde aanpak kunnen leiden tot oplossingen die op verschillende vlakken winst opleveren.

In het verleden waren verschillende baangrachten in het bos verstevigd met beton. Een groot deel van die grachten is intussen over een traject van ongeveer een kilometer onthard. Dankzij flauwe, natuurlijke oevers, waterbuffers en poelen krijgt water meer ruimte om vastgehouden te worden en in de bodem te infiltreren. Zo is het gebied nu beter bestand tegen zowel droogte als hevige regenval. ​

Tegelijk ontwikkelen we een gevarieerd landschap met natte natuur, geleidelijke overgangen naar het bos en met ruimte voor wandelen en zachte recreatie. Samen met het Agentschap voor Natuur en Bos en de provincie West-Vlaanderen kiezen we hier voor maatregelen die hun meerwaarde op het terrein bewijzen. Ze versterken de biodiversiteit en verhogen de leefkwaliteit in de omgeving.

Welk resultaat heeft jullie het meest verrast, of is jullie het meest bijgebleven?

We zijn best trots op wat we op korte tijd hebben bereikt. Naast de demopercelen voor humusopbouw en de maatregelen aan Preshoekbos werkten we bijvoorbeeld ook aan decentrale waterzuivering en agro-ecologische bufferstroken. De deadline was erg ambitieus: in minder dan vier jaar moesten we maatregelen plannen én uitvoeren, inclusief de nodige vergunningsprocedures. Dat was niet altijd vanzelfsprekend, maar precies die tijdsdruk gaf ons ook energie. We moesten vooruit en konden ons geen stilstand veroorloven. Dat is alleen gelukt dankzij een sterke coalitie van partners die elkaar vonden, goed samenwerkten en vertrouwen opbouwden.

Hoe zorgen jullie ervoor dat de resultaten van Van Beek tot Bodem een blijvende impact hebben?

Binnen de stad hebben we het thema open ruimte en gebiedsgerichte samenwerking stevig op de kaart kunnen zetten. We merken dat het steeds vaker mee richting geeft aan het beleid en nieuwe initiatieven inspireert. Begin 2026 ging bijvoorbeeld een landbouwcoördinator aan de slag binnen onze stadsorganisatie, we zijn medetrekker van de coalitie Weerbaar Waterlandschap Midden- en Zuid-West-Vlaanderen en we stelden ons met een nieuwe gebiedscoalitie kandidaat voor de oproep Lokale Blue Deal.

Maar misschien zit de grootste winst wel in de relaties die we onderweg hebben opgebouwd. Het partnerschap rond Van Beek tot Bodem groeide stap voor stap uit tot een hechte groep van mensen en organisaties die elkaar vertrouwen en versterken. Daarbij hebben de netwerkmomenten van de Vlaamse Landmaatschappij echt het verschil gemaakt. We leerden elkaar beter kennen, kregen meer inzicht in elkaars werking en ontdekten hoe complementair we vaak zijn. Daardoor verloopt het contact vandaag veel spontaner. Een vraag, een idee of een opportuniteit vindt sneller zijn weg naar de juiste persoon. Dat maakt samenwerken niet alleen efficiënter, maar ook een stuk aangenamer.

 

Contacteer ons

Leen Van den Bergh

Woordvoerder VLM

Els Seghers

Adjunct-woordvoerder VLM

Katrien Branders

Adjunct-woordvoerder VLM

Persberichten in je mailbox

Door op "Inschrijven" te klikken, bevestig ik dat ik het Privacybeleid gelezen heb en ermee akkoord ga.

Over Vlaamse Landmaatschappij

De NV Vlaamse Landmaatschappij is een Extern Verzelfstandigd Agentschap van de Vlaamse overheid onder de bevoegdheid van de Vlaams minister van Omgeving en Landbouw en van de Vlaams minister van Binnenland, Steden- & Plattelandsbeleid, Samenleven, Integratie & Inburgering, Bestuurszaken, Sociale Economie en Zeevisserij.  

Onder het motto ‘Samen versterken we de open ruimte’ maakt de VLM werk van een milieu- en natuurvriendelijke landbouw, een klimaatrobuuste open ruimte en een vitaal platteland. Daarvoor verbinden we landbouw- en milieudoelen, investeren we in complexe openruimtedossiers en faciliteren we samenwerkingsverbanden. Zo bieden we een antwoord op maatschappelijke uitdagingen zoals de klimaatverandering, de achteruitgang van de bodem- en waterkwaliteit, de afname van de biodiversiteit en de leefbaarheid op het platteland.

Samen met lokale en bovenlokale belanghebbenden geven we het openruimtebeleid, het plattelandsbeleid en het mestbeleid vorm en voeren we het uit op het terrein. Zo dragen we samen met onze partners bij aan de realisatie van de Europese en Vlaamse natuur-, plattelands- en milieudoelen.

De VLM werd opgericht in 1988 en stelt ongeveer 600 personeelsleden te werk via 6 kantoren te Brugge, Gent, Brussel, Leuven, Herentals en Hasselt.

De foto's in onze perskamer zijn eigendom van de Vlaamse Landmaatschappij. Het gebruik van die foto's is toegestaan mits bronvermelding (copyright Vlaamse Landmaatschappij).

Neem contact op met