VLM bundelt aanbevelingen uit de praktijk om watercrassula te bestrijden
Natuurbeheerders in Vlaanderen worstelen met de steeds meer oprukkende plant watercrassula. Dat is een waterminnend vetplantje uit Australië en Nieuw-Zeeland dat planten verstikt die hier van nature voorkomen. De Vlaamse Landmaatschappij experimenteerde in 2024-2025 met machinale bestrijding en het inplanten van plantensoorten en bundelde de leerlessen uit de praktijk in een rapport.
13 maart 2026
Uit studies blijkt dat een ecosysteemaanpak aangewezen is om watercrassula te weren. Dat betekent dat gecombineerde maatregelen nodig zijn: herstel van abiotische omstandigheden, een eenmalige vermindering van de biomassa van watercrassula en het inbrengen van inheemse plantensoorten die het watercrassula moeilijk maken om opnieuw op te rukken. Zo’n gecombineerde aanpak is in Vlaanderen nog niet eerder toegepast en beschreven.
De Vlaamse Landmaatschappij en het Agentschap voor Natuur en Bos worden als inrichter van natuurgebieden op verschillende plaatsen in Vlaanderen geconfronteerd met de nefaste invloed van watercrassula. Recent ingerichte natuur dreigt overwoekerd te worden door deze kleine, maar felle exoot.
Op drie plaatsen in het natuurinrichtingsproject Biscopveld, in Beernem en Wingene, heeft de VLM in 2024 en 2025 watercrassula experimenteel bestreden. Dat gebeurde op twee plaatsen door watercrassula machinaal af te graven en daarna moerashertshooi en vlottende bies aan te planten. Op één plaats werd enkel aangeplant omdat de watercrassula verdwenen was door langdurig gebruik van een plastic folie. Het experiment wordt nog steeds opgevolgd door het INBO en de Universiteit Gent.

In het rapport “Machinaal bestrijden van watercrassula en inplanten van doelsoorten. Aanbevelingen uit de praktijk 2024 en 2025” doet de VLM aanbevelingen voor het wegwerken van grotere populaties watercrassula (groter dan 1 m²). Er worden zeer praktische tips gegeven voor de aanbesteding en de uitvoering van de terreinwerken, bijv. over het waterbeheer tijdens de werken, hoe er moet worden afgegraven, de afvoer van besmette planten en bodem, het reinigen van de machines, de opkweek en het verzamelen van de planten, het toezicht op de aannemers, de kostprijs. De VLM gebruikte de INBO-publicatie “Watercrassula, beslishulp voor beheerders” als uitgangspunt. Het VLM-rapport neemt de richtlijnen van het INBO over en voegt daar de leerlessen uit de praktijk in het natuurinrichtingsproject Biscopveld aan toe.
Joy Laquière, projectleider: “De terreinwerken van het natuurinrichtingsproject vormden het ideale moment om wetenschappelijk onderzoek in de praktijk te toetsen. Dat is nodig, want watercrassula rukt op en verdringt de uiterst kwetsbare natuur in vennen en poelen die we via natuurinrichting hebben aangelegd. We hopen dat onze ervaringen de natuurbeheerders in Vlaanderen helpen om watercrassula succesvol te bestrijden in de toekomst”.