Voedselregisseur zet samenwerking van Kempense bioboeren op de kaart
9 maart 2026

Drie jaar geleden kenden de bioboeren in de Noorderkempen elkaar nauwelijks. Ze werkten elk op hun eigen eiland, in een regio waar bio niet altijd vanzelfsprekend is. Vandaag treden ze samen naar buiten onder één naam: Grondgenoten. Wat begon als informeel overleg, groeide mee dankzij het voedselregisseurtraject van de Vlaamse Landmaatschappij, uit tot een gedragen collectief met een eigen identiteit, een website en veelde toekomstplannen.
“Drie jaar geleden kenden we elkaar eigenlijk nauwelijks,” vertelt Dirk Hendrix, bioboer bij Groentegeweld in Ravels. “Er zijn niet zo veel bioboeren in de Kempen. We zaten allemaal op ons eigen eilandje. Terwijl we net sterker zouden staan als we elkaar beter kenden.”
Dirk nam het initiatief om de 13 collega-bioboeren samen te brengen. Wat begon als informeel overleg en bedrijfsbezoeken, groeide langzaam uit tot een netwerk. Maar er leefde ook een grotere ambitie: bio zichtbaarder maken in een regio waar het nog te vaak onder de radar bleef.
Van informeel overleg naar structurele samenwerking
In 2023 lanceerde de Vlaamse Landmaatschappij een oproep voor voedselregisseurtrajecten. Lokale samenwerkingen konden subsidie aanvragen voor procesbegeleiding en strategische ondersteuning. Bioboeren Noorderkempen (later werd dat Grondgenoten) diende een dossier in en kreeg middelen om hun samenwerking verder te verdiepen en te professionaliseren. Die ondersteuning bleek een kantelpunt. “Wij kwamen al samen vóór het traject,” zegt Dirk, “maar dankzij de subsidie konden we dat veel structureler aanpakken en echt dingen op poten zetten. Het gaf ons ruimte.”
Wat doet een voedselregisseur?
“Een voedselregisseur moet eigenlijk heel veel kunnen,” zegt Lieve Claessen van de Refood Network. “Luisteren naar boeren, praten met afnemers, meedenken over teeltplanning, logistiek, communicatie, digitale platformen… Dat kan één persoon nooit alleen. Daarom namen we die rol op met een team van bioboeren en onafhankelijke profielen, elk met hun eigen expertise.”
Voor Lieve begon het met luisteren. “In de eerste plaats luisteren naar wat de boeren zelf wilden. Een voedselregisseur brengt verschillende werelden samen: boeren onderling, maar ook korte keten, langere keten, lokale besturen, afnemers. En iedereen heeft een ander tempo.” Concreet betekende dat: het aanbod van de boeren in kaart brengen, aftoetsen wat de markt verwacht, gesprekken voeren met potentiële afnemers zoals het cultuurcentrum of het ziekenhuis, en bekijken hoe bio een plek kan krijgen in bredere lokale initiatieven.
Dirk: “We wisten van elkaar niet eens goed wat iedereen precies produceerde. Door dat overzicht te maken, konden we gerichter naar buiten stappen. En ook vragen stellen: waarom neemt een grote afnemer geen bio af? Wat zijn de drempels?” Een voedselregisseur neemt daarbij geen taken over van de boeren, maar creëert ruimte en structuur. “Boeren hebben het druk op hun veld,” zegt Lieve. “Dankzij het traject konden we maandelijks samenkomen, werkgroepen opzetten rond bijvoorbeeld de website, en een stuurgroep vormen die overzicht bewaart.”

Eigenaarschap bij de boeren
Vanaf het begin stond één principe centraal: het initiatief moest van de boeren blijven. “We zijn echt gestart vanuit de landbouwers zelf, en dat wilden we zo houden,” zegt Dirk. “Grondgenoten is eigendom van de landbouwers. Dat heeft ook nadelen – beslissingen gaan soms trager omdat iedereen het druk heeft – maar het zorgt voor draagvlak en betrokkenheid.”
Vandaag werken de dertien Kempense biobedrijven samen onder de naam Grondgenoten. Met een gezamenlijke slogan, logo en website maken ze het lokaal en biologisch aanbod zichtbaarder en toegankelijker voor inwoners van de regio. Wat er veranderd is voor ons? We hebben nu de reflex om te denken: ik heb een probleem, ik leg dat eens voor aan iemand van de groep. Die onderlinge uitwisseling was er drie jaar geleden niet.”
Meer dan een logo
Het traject bleef niet beperkt tot communicatie of branding. De samenwerking sloot ook aan bij de voedselstrategie van de stad Turnhout. Bio kreeg daarin een plaats, en intussen gebeurden al de eerste leveringen aan lokale initiatieven.
Daarnaast wordt gewerkt aan nieuwe pistes, zoals De Korte Ketel. Dat initiatief maakt deel uit van het project Biobedrijvige Kempen, ondersteund door de Koning Boudewijnstichting. De Korte Ketel wil met ingrediënten van Grondgenoten verse, lokale maaltijden ontwikkelen voor bedrijven en organisaties in de regio. Zo wordt onderzocht hoe lokale bio ook in professionele contexten – van werkvloeren tot instellingen – structureel een plek kan krijgen.
“Het fundament is gebouwd,” zegt Dirk. “Nu begint het echte werk: nieuwe relaties leggen, de lokale markt verdiepen, en stap voor stap verder uitbouwen.”
De waarde van procesondersteuning
Zowel Dirk als Lieve benadrukken hoe belangrijk de ondersteuning was. "Het heeft ruimte gecreëerd om te praten, uit te proberen en uit te werken,” zegt Lieve. “Zonder die tijd en structuur blijft samenwerking dikwijls hangen in goede intenties.”
Tegelijk is het werk niet af. “We staan nog maar aan het begin,” zegt Dirk. “Zo’n traject zet iets in gang. Een subsidie is geen eindpunt, maar een hefboom. Om de samenwerking verder uit te bouwen is er langere ondersteuning nodig.”
Wat kunnen lokale besturen hieruit leren?
Volgens Lieve begint alles bij samenbrengen. “Breng boeren samen. Laat hen praten. Start gewoon en zie waar je uitkomt. Je weet op voorhand niet exact wat het wordt, maar je kan wel bouwen op wat er leeft.” Dirk vult aan: “Probeer iedereen mee te krijgen, maar aanvaard ook dat niet iedereen altijd kan of wil instappen. Blijf informeren en uitnodigen.”
Voor lokale besturen kan een rol zoals die van voedselregisseur het verschil maken tussen losse initiatieven en een gedragen, lokaal voedselsysteem. Door ruimte te maken voor procesbegeleiding, overleg en afstemming ontstaat er iets dat sterker is dan wat individuele inspanningen kunnen realiseren.
“Wat mij het meest trots maakt,” zegt Dirk, “is dat we na drie jaar praten een hechte groep zijn die echt dingen doet.” “En dat het enthousiasme alleen maar groeit,” besluit Lieve. “Dat is voor mij het grootste bewijs dat het werkt.”
Vier voedselregisseurtrajecten in Vlaanderen
Het traject van Grondgenoten is één van de vier projecten die binnen de oproep Voedselregisseurs van de Vlaamse Landmaatschappij werden goedgekeurd.
Met de subsidie wil de VLM lokale samenwerkingen rond voedsel versterken via procesbegeleiding en strategische ondersteuning. Een voedselregisseur helpt landbouwers, lokale besturen en andere partners om samen stappen te zetten richting een sterker lokaal voedselsysteem.
Naast Grondgenoten worden ook volgende projecten ondersteund:
- Helder (voorheen gekend als A-local) ontwikkelt een korte keten platform dat landbouwers in de rand van Antwerpen verbindt met retail, horeca, grootkeukens en cateraars in de stad.
- Smaakvol Samen is een samenwerkingsverband in het Waasland dat bouwt aan een gezamenlijk platform voor lokale producenten.
- Regeneratief landbouwlandschap in Rivierenland en Brabantse Kouters zet in op toekomstbestendige landbouw door nieuwe samenwerkings- en verdienmodellen op te zetten, de agrobiodiversiteit te verhogen, en in te spelen op beleving en educatie.
In december 2025 kwamen de vier projecten samen in een lerend netwerk om hun ervaringen uit te wisselen. Daar werden duidelijke leerpunten zichtbaar. De VLM bundelt die inzichten en ziet potentieel om hier verder mee aan de slag te gaan. Eén conclusie is alvast: samenwerking opzetten in de voedselketen is een belangrijke stap richting een duurzamer en sterker lokaal voedselsysteem.
Meer informatie

