Wat staat er in het Mestrapport 2026?
23 september 2026

De Vlaamse Landmaatschappij publiceerde onlangs het Mestrapport 2026. Het rapport brengt de toestand van de waterkwaliteit, de meststromen en de uitvoering van het mestbeleid in Vlaanderen in beeld. De belangrijkste boodschap? Verdere inspanningen van landbouwers en overheid blijven nodig om de waterkwaliteitsdoelen te halen.
Recente verbetering van de waterkwaliteit
Het rapport toont een genuanceerd beeld van de waterkwaliteit in landbouwgebied. In het winterjaar 2024-2025 werd met 11,5% normoverschrijdingen in oppervlaktewater het beste resultaat sinds de start van de metingen bereikt. Een jaar later bedraagt dat percentage 22,1%. Het rapport benadrukt dat onvoorzien weersomstandigheden een grote invloed hebben op de recente meetresultaten. Waar de droogteperiodes tijdens de groeiseizoenen van de jaren 2017 tot en met 2020 en 2022 nog bijdroegen tot hogere overschrijdingspercentages in het MAP-meetnet in de daaropvolgende winterjaren, spelen de natte weersomstandigheden in 2023 en 2024 een rol bij de lagere overschrijdingspercentages in de winterjaren 2023-2024 en 2024-2025. Het veranderend klimaat vormt een uitdaging in het realiseren van de waterkwaliteitsdoelen.
Klimaat speelt een steeds grotere rol
Het rapport maakt duidelijk dat waterkwaliteit niet alleen afhangt van bemesting en landbouwpraktijken. Ook extreme weersomstandigheden hebben een grote impact op de hoeveelheid nutriënten die uitspoelen naar oppervlakte- en grondwater. Daarom wordt het belang van klimaatrobuuste landbouwpraktijken, zoals gefractioneerd bemesten, steeds groter. Ook maatregelen die de bodem weerbaarder maken tegen droogte en hevige neerslag dragen niet alleen bij aan duurzame landbouw, maar ook aan een betere waterkwaliteit. Ze dragen ertoe bij dat meststoffen maximaal benut worden door de planten.
Nieuwe maatregelen vinden hun weg naar het terrein
2025 was het eerste jaar waarin de bijgestuurde mestmaatregelen van kracht waren. Vanaf 2025 gelden er strengere bemestingsnormen voor werkzame stikstof in gebieden met een minder goede waterkwaliteit, de gebiedstypes 1, 2 en 3. Een nieuwe mogelijkheid is dat landbouwers deze strengere bemestingsbeperkingen kunnen compenseren door wetenschappelijk onderbouwde duurzame bodem-, teelt- en bemestingspraktijken toe te passen die minstens even goed zijn als bemestingsreductie. In 2025 gebeurde dat op ongeveer 17.000 hectare landbouwgrond, verspreid over circa 1.860 landbouwers.

Ook de aanleg van beschermingsstroken langs waterlopen is een belangrijke nieuwe maatregel, die ondertussen wordt toegepast op terrein. In overgangsjaar 2025 is bijna 900 hectare aan 5 meter brede beschermingsstroken aangelegd langs waterlopen in gebiedstype 2 en 3. Vanaf 2026 wordt de regeling uitgebreid tot een geschatte 7.000 hectare aan beschermingsstroken. Ze moeten helpen om nutriëntenverliezen naar het water verder terug te dringen.
Minder dieren, minder mest
Naast de toepassing van de mestmaatregelen, speelt ook de evolutie van de veestapel een rol in het beheersen van de mestbalans in Vlaanderen. Het Mestrapport 2026 toont dat zowel de varkens- als de rundveestapel de voorbije tien jaar verder zijn afgenomen. In 2025 telde Vlaanderen ongeveer 4,9 miljoen varkens, 22% minder dan in 2015. Ook het aantal runderen daalde met ongeveer 12% tot 1,17 miljoen dieren. Door die afname neemt de productie van dierlijke mest geleidelijk af. Die evolutie draagt, samen met de inspanningen van landbouwers en de nieuwe mestmaatregelen, bij tot een lagere druk op bodem en water.

Samen verder werken aan betere waterkwaliteit
De conclusies van het Mestrapport 2026 zijn hoopgevend, maar tegelijk duidelijk: de genomen maatregelen hebben effect, toch zijn verdere inspanningen nodig om de Europese en Vlaamse waterkwaliteitsdoelstellingen te realiseren. De VLM blijft daarom inzetten op begeleiding, sensibilisering, handhaving en innovatie om landbouwers te ondersteunen bij het verminderen van nutriëntenverliezen.
Lees ook