“We moeten het landschap weer laten zoemen”

EXPBIO proefveld Oostkamp - copyright Vlaamse Landmaatschappij
EXPBIO proefveld Oostkamp - copyright Vlaamse Landmaatschappij

Wilde bestuivers – zoals wilde bijen, hommels, zweefvliegen, dag- en nachtvlinders – spelen een cruciale rol in onze natuur en in de landbouw. Toch gaat het al jaren bergaf met hun populaties. Vlaanderen zet daarom in op herstel. De Vlaamse Landmaatschappij (VLM) is daarbij een belangrijke partner.

Waarom wilde bestuivers onze aandacht verdienen

Maar liefst 80% van de plantensoorten in Vlaanderen is afhankelijk van insecten voor bestuiving. Dat geldt voor wilde planten, sierplanten en voedselgewassen. De achteruitgang van bestuivers is zorgwekkend: van de 381 soorten wilde bijen in ons land is meer dan 32% bedreigd, en bijna 12% is regionaal uitgestorven. Ook zweefvliegen en dagvlinders volgen dezelfde negatieve trend.

De oorzaken zijn bekend: verlies en versnippering van leefgebied, verarming van het bloemenaanbod, gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, stikstofdepositie, vermesting en klimaatverandering.

Concrete actie nodig op het terrein

Om de trend te keren zijn concrete maatregelen op het terrein nodig. De expertise van de VLM in beheerovereenkomsten, landinrichting en gebiedsgerichte samenwerking komt daarbij goed van pas. Ook dankzij brede Vlaamse en Europese samenwerking helpen we mee aan het herstel van een robuust netwerk, waarin bestuivers zich vlot kunnen verplaatsen en voortplanten.

EXPBIO proefveld Oostkamp - copyright Vlaamse Landmaatschappij
EXPBIO proefveld Oostkamp - copyright Vlaamse Landmaatschappij

Europese samenwerking: Beespoke, EXPBIO en Polliconnect

De VLM coördineert Polliconnect (2025-2029), een project dat leefgebieden voor bestuivers verbindt over regio’s en landsgrenzen heen. Dankzij groene verbindingen kunnen bestuivers zich makkelijker tussen natuurgebieden verplaatsen. Daarnaast wil Polliconnect de landschapsstructuren verbeteren en kennis uitwisselen tussen de betrokken partners in België, Ierland, Duitsland, Frankrijk en Nederland.

Levi Aerts, projectleider van Polliconnect, licht het project toe.

Levi, Wat ligt er de komende tijd precies op de plank?

Binnen Polliconnect zitten we nu volop in de uitvoeringsfase. In ‘living labs’ in de verschillende regio’s testen we ​ maatregelen die het landschap opnieuw geschikter moeten maken voor bestuivers. We experimenteren bijvoorbeeld met beheermaatregelen waarbij niet alles tegelijk gemaaid wordt. Dat zorgt voor meer variatie in het landschap en een continu aanbod van schuilplaatsen, nectar en stuifmeel, wat cruciaal is voor bestuivers.

Daarnaast werken we nauw samen met landbouwers, terreinbeheerders en overheden om op landschapsniveau te kijken hoe we leefgebieden kunnen verbinden. Die verbinding is essentieel, want versnippering van leefgebieden is vandaag een van de belangrijkste oorzaken van de achteruitgang van bestuivers.

We meten de impact van die maatregelen met innovatieve monitoringtechnieken, zoals AI-ondersteunde cameravallen en burgerwetenschap. Die combinatie is nodig, want vandaag is er nog te weinig systematische monitoring om goed te kunnen inschatten welke maatregelen echt werken.

Levi Aerts, projectleider Polliconnect - Copyright Vlaamse Landmaatschappij
Levi Aerts, projectleider Polliconnect - Copyright Vlaamse Landmaatschappij

Het project loopt ondertussen een jaar. Hebben jullie al nieuwe inzichten opgedaan?

We staan nog relatief aan het begin van het project, maar de eerste inzichten worden wel stilaan zichtbaar. Belangrijk is vooral dat we die kennis actief delen en bespreken.

We organiseren verschillende uitwisselmomenten binnen het project, zodat kennis kan doorstromen tussen regio’s en partners. Op 30 september komen we bijvoorbeeld samen in Nieuwerkerken (Limburg) voor een toelichting over alternatief maaibeheer voor insecten en een bezoek aan de demopercelen.

Die bottom‑upaanpak is alvast daarbij cruciaal om maatregelen op landschapsniveau te realiseren. De kennis en betrokkenheid van lokale actoren blijken essentieel om oplossingen ook echt in de praktijk te brengen en op te schalen.
​

Hoe kunnen we de achteruitgang van onze bestuivers stoppen?
​
​
We moeten het landschap weer laten zoemen. De wetenschap is daar vrij duidelijk over: we hebben nood aan een geïntegreerde aanpak waarin meerdere hefbomen tegelijk worden aangepakt.

Een eerste cruciale factor is het beschermen en verbinden van leefgebieden. Daarnaast is ook het beheer van die leefgebieden essentieel. Kleine ingrepen, zoals aangepast maaibeheer of meer structuurvariatie, kunnen een groot verschil maken voor de overlevingskansen van soorten.

Een derde belangrijke pijler is het verminderen van de belangrijkste drukfactoren, zoals klimaatverandering en vervuiling.

Ook in eerdere projecten zoals Beespoke (afgerond eind juni 2023) is gewerkt rond wilde bestuivers, door de ontwikkeling van geschikte bloemenstroken en dataverzameling over de impact van die stroken op de bestuiversaantallen en de opbrengsten. ​
​​
​Via EXPBIO (2023 - 2027) onderzoeken we het aantal bloembezoeken van bestuivers bij inheemse planten en maken we de vergelijking met uitheemse planten. ​


​Beheerovereenkomsten en kleine landschapselementen geven bestuivers meer kansen

Ook met beheerovereenkomsten moedigt de VLM landbouwers aan om maatregelen te nemen die de biodiversiteit versterken. Een van de doeltreffendste maatregelen is de aanleg en het onderhoud van bloemenakkers, waarvoor landbouwers bijna 2000 euro per hectare ontvangen. Die stroken leveren nectar en pollen voor bijen, vlinders en andere insecten, en vergroten tegelijk het voedselaanbod voor akkervogels zoals de veldleeuwerik en de gele kwikstaart.

De VLM ondersteunt landbouwers onder meer met gratis advies van bedrijfsplanners. Zij helpen bepalen waar bloemenakkers het meeste effect hebben, begeleiden de aanvraag van een beheerovereenkomst en geven praktische richtlijnen over zaaien, onderhoud en de keuze van mengsels.
​​
​Houtkanten, hagen, bermen en poelen vormen samen een fijnmazig netwerk waar bestuivers voedsel, schuilplekken en verbindingsroutes vinden. Via het houtkantenplan helpt de VLM mee die landschapselementen te herstellen en uit te breiden als voedselbron, nestplaats en verbinding tussen leefgebieden.
​

Vooruitblik: blijven investeren in een bestuiversvriendelijk Vlaanderen

Om de achteruitgang van onze wilde bestuivers een halt toe te roepen blijft de VLM de komende jaren inzetten op de uitbreiding van beheerovereenkomsten, het versterken van kleine landschapselementen, de integratie van biodiversiteit in onze landinrichtingsprojecten en de samenwerking met onze partners.

Bovendien zullen inspanningen voor bestuivers ook onderdeel zijn van het Vlaamse natuurherstelplan, dat door de Vlaamse regering deze maand besproken zal worden. In uitvoering van de Europese natuurherstelverordening moeten de lidstaten namelijk maatregelen nemen om de achteruitgang van bestuivers te keren. Ook in dat plan vormen beheerovereenkomsten, projecten en landschapselementen een rode draad om de bestuiverspopulaties weer in de goede richting te laten evolueren.

Meer informatie

 

Contacteer ons

Leen Van den Bergh

Woordvoerder VLM

Els Seghers

Adjunct-woordvoerder VLM

Katrien Branders

Adjunct-woordvoerder VLM

Persberichten in je mailbox

Door op "Inschrijven" te klikken, bevestig ik dat ik het Privacybeleid gelezen heb en ermee akkoord ga.

Over Vlaamse Landmaatschappij

De NV Vlaamse Landmaatschappij is een Extern Verzelfstandigd Agentschap van de Vlaamse overheid onder de bevoegdheid van de Vlaams minister van Omgeving en Landbouw en van de Vlaams minister van Binnenland, Steden- & Plattelandsbeleid, Samenleven, Integratie & Inburgering, Bestuurszaken, Sociale Economie en Zeevisserij.  

Onder het motto ‘Samen versterken we de open ruimte’ maakt de VLM werk van een milieu- en natuurvriendelijke landbouw, een klimaatrobuuste open ruimte en een vitaal platteland. Daarvoor verbinden we landbouw- en milieudoelen, investeren we in complexe openruimtedossiers en faciliteren we samenwerkingsverbanden. Zo bieden we een antwoord op maatschappelijke uitdagingen zoals de klimaatverandering, de achteruitgang van de bodem- en waterkwaliteit, de afname van de biodiversiteit en de leefbaarheid op het platteland.

Samen met lokale en bovenlokale belanghebbenden geven we het openruimtebeleid, het plattelandsbeleid en het mestbeleid vorm en voeren we het uit op het terrein. Zo dragen we samen met onze partners bij aan de realisatie van de Europese en Vlaamse natuur-, plattelands- en milieudoelen.

De VLM werd opgericht in 1988 en stelt ongeveer 600 personeelsleden te werk via 6 kantoren te Brugge, Gent, Brussel, Leuven, Herentals en Hasselt.

De foto's in onze perskamer zijn eigendom van de Vlaamse Landmaatschappij. Het gebruik van die foto's is toegestaan mits bronvermelding (copyright Vlaamse Landmaatschappij).

Neem contact op met