Skip to Content
"Samen de open ruimte versterken, dat spreekt mensen aan"

"Samen de open ruimte versterken, dat spreekt mensen aan"

Interview met gedelegeerd bestuurder Toon Denys

2022 kende een vliegende start, zij het opnieuw zonder de gebruikelijke nieuwjaarsrecepties, maar met heel wat beleidsontwikkelingen zoals het krokusakkoord en de geplande fusie van de milieu-inspectiediensten. Met de uitspraak van Marcus Aurelius in het achterhoofd ‘Wat volgt staat altijd in verband met wat vooraf ging’, schoven we onze gedelegeerd bestuurder Toon Denys een aantal vragen voor over het voorbije en het nieuwe jaar. ​

Toon, in de herfst werd jouw mandaat opnieuw verlengd, gefeliciteerd. Is het nog boeiend zo’n derde termijn als leidend ambtenaar van de VLM?

Dat is zeker zo. De uitdagingen in de open ruimte en het platteland zijn immers zeer groot. Rapporten zoals dat van de OESO in 2020 geven aan dat Vlaanderen grote stappen moet zetten om de open ruimte veerkrachtiger te maken, zodat we de duurzaamheidsdoelstellingen van de Verenigde Naties in 2030 kunnen behalen. ​ Klimaatverandering, het verlies van biodiversiteit, verstedelijking van het landschap en de duurzaamheid van de voedselproductie stellen ons voor belangrijke maatschappelijke uitdagingen. Efficiënt en duurzaam investeren in de open ruimte en in het platteland is dus nodig. De VLM is een sterke speler die heel wat expertise in huis heeft om beleid mee vorm te geven en operationeel te maken, door in gebieden een samenhangend pakket aan maatregelen te implementeren. We gaan die uitdagingen aan, samen met de politiek.

​Als je terugkijkt naar het voorbije jaar, ben je dan een tevreden gedelegeerd bestuurder?

Absoluut. In 2021 konden we opnieuw mooie resultaten voorleggen, zowel voor de open ruimte en het platteland, als binnen onze interne werking. ​

Hoe ervaar jij de recente beleidsontwikkelingen?

Omdat onze opdrachten zo actueel zijn, krijgen we steeds meer vragen, zowel vanuit het beleid als van het lokale niveau. En dat is best pittig. ​

We deden de voorbije maanden heel wat voorbereidend werk voor tal van actuele beleidsdossiers. Denk maar aan het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS), de bijstelling van het zesde MestActiePlan, de Landschapsparken en de bouwshift. De uitkomst van die dossiers heeft een impact op tal van actoren, in de eerste plaats op de land- en tuinbouwers die hun bedrijfscontinuïteit bedreigd zien. Die dossiers vragen veel aandacht van onze medewerkers, omdat ze zo complex zijn. Continue professionele juridische ondersteuning en advisering zijn daarbij essentieel.

Ook de recente beslissing om de handhavingsdiensten onder de bevoegdheid van onze minister te fusioneren moeten we sterk opvolgen en mee sturen. Ik vind die fusie geen evidente zaak voor onze handhaving, omdat haar succes vandaag bestaat uit een sterke wisselwerking met onze andere diensten en de permanente doorstroming van digitale data. De beslissing zorgt voor veel onzekerheid bij onze inspecteurs en het management gezien onze handhaving heeft aangetoond dat we doortastend kunnen optreden wanneer het moet. Handhaving is een belangrijke hoeksteen van ons mestbeleid. We moeten er dus voor zorgen dat onze slagkracht minstens behouden blijft.

Door ons relatief jonge en stabiele personeelsbestand kent de VLM weinig natuurlijke uitstroom en betekenen de besparingen, in combinatie met de vele opdrachten, een werking op het scherpst van de snee. Ik zag het voorbije jaar echter opnieuw veel wendbaarheid en ondernemerschap bij onze collega’s. Dat zijn twee waarden die ik hoog in het vaandel draag en waarvoor ik mijn waardering wil uiten naar de medewerkers.

Toon Denys, gedelegeerd bestuurder VLM
Toon Denys, gedelegeerd bestuurder VLM

Wat blijft je bij van het afgelopen jaar? ​

Samen met de bosalliantie hebben we in 2021 volop ingezet op de uitvoering van het programma ‘Meer bos in Vlaanderen’, via de grondenbank bebossing. Dit plantseizoen realiseren we 42 hectare bosuitbreiding en 46 hectare boscompensatie.

We gingen ook van start met de uitvoering van de Blue Deal van de Vlaamse regering, onder andere via het programma ‘Water-Land-Schap’ en de uitvoering van extra anti-droogtemaatregelen in onze projecten, zoals ontharding, peilgestuurde drainage en de realisatie van bijkomende natte natuur.

In de strategische openruimtegebieden besteedden we maar liefst 12 miljoen euro aan de uitvoering van concrete maatregelen op het terrein via onze gebiedsgerichte projecten. Onder andere in de Vinderhoutse bossen, de Brugse Veldzone en de Wijers stelden we versneld wandelgebieden open en activeerden we oudere wandelverbindingen zodat mensen maximaal in de eigen omgeving van groen en open ruimte konden genieten. ​ Daar was grote vraag naar door de aanslepende coronamaatregelen die onze bewegingsvrijheid beperkten.

Via een 25-tal grondenbanken en een bedrag van 33 miljoen euro konden we gronden verwerven in voor Vlaanderen strategische gebieden, in functie van bosuitbreiding, Blue Deal, nieuwe infrastructuur en Europees beschermde natuur. We konden daarbij ook gronden kopen die we kunnen ruilen met landbouwers die hun grond afstaan in deze strategische gebieden.

In juni kregen we van de Europese Commissie de ‘Support Facility for Innovation and Knowledge Exchange (EIP)’ toegewezen, een bevestiging voor het eerder gewaardeerde ‘EIP-AGRI Service Point’. Binnen de Support Facility werkt de VLM samen met  18 partners uit 15 EU-lidstaten. Zij ondersteunen netwerkactiviteiten voor innovatieve kennisuitwisseling in landbouw, bosbouw en plattelandsontwikkeling. Tot 2030 kunnen we die opdrachten in uitgebreide vorm verder zetten.

Er was ook de ruime mediabelangstelling voor de fraude in de mestverwerking, waarbij een paar ​ gerechtelijke onderzoeken werden ingesteld waaraan wij onze medewerking hebben verleend. Via een netwerkbenadering, een doorgedreven risicoanalyse en alertheid voor wat er op het terrein gebeurt, zorgen we met onze terreincontroles en bedrijfsdoorlichtingen dat de mestwetgeving beter nageleefd wordt. Via B3W zetten we in op begeleiding van landbouwers op weg naar goede bemestingspraktijken.

Naast het beleidsvoorbereidend werk voor het nieuwe flankerend beleid bij het definitief stikstofkader, voerden we verder het lopende beleid voor landbouwbedrijven uit. We contacteerden de rode bedrijven opnieuw en zijn gestart met de afbraak van twee voormalige rode bedrijven. Daar maken we opnieuw plaats voor natuur. We kregen ook het tweede stikstofarrest, waarbij de Raad van State de ruilverkaveling Gooik vernietigde. Dat arrest brengt toch heel wat vragen met zich mee voor onze ruilverkavelingsprojecten.

Tenslotte moet ik helaas vaststellen dat de spanningen tussen de landbouw- en natuursector in 2021 verder zijn opgelopen. ​


​Hoe gaat de VLM om met die spanning tussen landbouw en natuur?

Ik zeg wel eens dat de VLM in het speelveld van de open ruimte en het platteland al jaren de rol opneemt van diplomaat. We zijn een bruggenbouwer en zoeken daarbij de juiste evenwichten in dialoog met onze partners.

Toch moeten er keuzes gemaakt worden en moeten we de milieudoelstellingen van het beleid realiseren.

Ik ben er wel van overtuigd dat we met elkaar moeten blijven praten, en dat we de komende jaren versterkt moeten inzetten op het verbinden van openruimtespelers om zo tot oplossingen en uitvoering te komen. Als we verschillende belangen kunnen verenigen, kunnen zoveel mogelijk spelers er samen op vooruit gaan. Een mooi voorbeeld van dergelijke intense, succesvolle samenwerking is het project Rijkevorsel-Wortel, waar toekomstgerichte en rendabele landbouw hand in hand gaat met het behoud en de ontwikkeling van de natuur en het landschap.

Het Merkske
Het Merkske

Wat zijn voor jou de grootste uitdagingen in 2022?

De uitdagingen die op ons afkomen zijn enorm. De problematiek van de verontreiniging van het grond- en het oppervlaktewater, als gevolg van bemesting, zal de komende jaren hoog op de agenda blijven staan. De waterkwaliteit in Vlaanderen verbetert onvoldoende snel. Het zal de kunst zijn om in afstemming met alle betrokken actoren tot een mestbeleid te komen dat tot duidelijke milieuwinsten leidt. Daarbij mogen geen heilige huisjes bestaan. Deze maand organiseren we trouwens in elke provincie een dialoogsessie met een 15-tal landbouwers. Daarbij willen we goed luisteren naar voorstellen die leven op het terrein. Ook de aanpak van de hoge afzet van stikstof op natuurgebieden, via luchtemissies door landbouwbedrijven, en het natuurherstel staan hoog op de agenda. De Vlaamse Regering tekende daarvoor in haar Krokusakkoord de krijtlijnen uit. Dat beleid waarmaken is een boeiende doch zware opdracht.

Zoals ik al zei, zullen we de fusie van de handhavingsdiensten met grote zorg opvolgen zodat onze slagkracht en efficiëntie die we vandaag hebben minstens behouden blijft, daar zijn toch wel reële risico’s aan verbonden.

In het nieuwe GLB is voor onze beheerovereenkomsten en de Europees meegefinancierde plattelandsprojecten gekozen voor een andere aanpak. Beheerovereenkomsten zullen vanaf volgend jaar zowel inhoudelijk als ruimtelijk sterker focussen op de biodiversiteit in het landbouwgebied. Het zal zaak zijn om de landbouwers die in het verleden extra inspanningen deden te motiveren om hun inspanningen verder te zetten, al dan niet ondersteund door de beheerovereenkomsten. Voortaan zullen Vlaanderen en de provincies alleen via het Leaderprogramma plattelandsprojecten meefinancieren.

Nieuwe beheerovereenkomsten focussen op biodiversiteit in landbouwgebied
Interview met Jelle Van den Berghe, raadgever Omgeving van Vlaams minister Zuhal Demir
pers.vlm.be

 

De investeringen en de projecten geïnitieerd door de Vlaamse Regering zijn noodzakelijk, maar zullen niet voldoende zijn. Om de realisatie- en slagkracht te vergroten, moeten we de krachten op terrein bundelen, innovatie stimuleren, nieuwe initiatieven opschalen en uitvoering versnellen. Complexe ruimtelijke uitdagingen kunnen immers niet meer via een sectorale logica worden aangepakt en vereisen een transversale samenwerking.

Daarom is sinds 2014 het Open Ruimte Platform (ORP) actief, een samenwerkingsstructuur van bestuurlijke en maatschappelijke actoren die samen een versnelling willen realiseren van openruimtedoelen op het vlak van water en bodem, natuur en bos, biodiversiteit, voedsel, klimaat, landschap en een gezonde leefomgeving. Ook lokale actoren, bedrijven, burgerinitiatieven, … iedereen kan een bijdrage leveren. De VLM staat klaar om met haar ervaring en expertise die initiatieven te ondersteunen en in de juiste richting te sturen.

Ten slotte wil ik in 2022 verder inzetten op administratieve vereenvoudiging. Dat is essentieel om snel te kunnen schakelen en om landbouwers mee in het bad te krijgen. Het is ook noodzakelijk om de wendbaarheid en de draagkracht van onze medewerkers en systemen op peil te houden.

Welke plaats neemt digitalisering in bij de activiteiten van de VLM?

We hebben in 2021 ingezet op de verdere digitalisering van onze dienstverlening en zullen dat ook het komende jaar blijven doen. We kregen van de Vlaamse Regering ook belangrijke fondsen uit de relancemiddelen om onze digitalisering te versnellen. Streven naar maximale duurzaamheid, rationalisering en centralisatie zijn daarbij de belangrijkste uitgangspunten. Naast een toepassing voor kunstmestregisters en debietmeters zijn we ook gestart met de ontwikkeling van de berichtenbox op het Mestbankloket en het loket Landinrichting. Daarmee willen we de digitale communicatie met onze klanten verder verbeteren.

De arbeidsmarkt is oververhit. Kan de VLM voldoende bekwame en gemotiveerde sollicitanten overtuigen om voor de overheid te werken?

Het klopt dat we voor een aantal functies moeilijker kandidaten vinden dan een aantal jaar geleden. Vooral projectleiders, sterke technische profielen en onderhandelaars of verwervers zijn schaarse profielen. Daarom werken we aan ons talentbeleid met de bedoeling het meer expliciet en zichtbaar te maken. Wat me wel hoop geeft en ook fier maakt, is de vaststelling dat sollicitanten in hun motivatie om bij de VLM te komen werken steevast verwijzen naar de missie van de VLM. Samen de open ruimte versterken, dat spreekt mensen blijkbaar aan en het is met die gemotiveerde mensen in huis dat we de vele opdrachten en uitdagingen met vertrouwen tegemoet gaan.

Landbouwlandschap, Lo-Reninge
Landbouwlandschap, Lo-Reninge

 

 

Over Vlaamse Landmaatschappij

De NV Vlaamse Landmaatschappij is een Extern Verzelfstandigd Agentschap van de Vlaamse overheid onder de bevoegdheid van de Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme.  

Voor de Vlaamse Landmaatschappij zijn een veerkrachtige open ruimte vol leven en een dynamisch platteland het antwoord op uitdagingen als de verstedelijking, de klimaatverandering en de achteruitgang van de biodiversiteit. We versterken de open ruimte en het platteland door te investeren in bodem- en waterkwaliteit, biodiversiteit, ruimte voor voedsel en sociale cohesie. We zorgen voor een kwaliteitsvol landschap en een gezonde omgeving, waar het goed is om te leven en te werken en waar er ruimte is voor ontspanning. 

Samen met lokale en bovenlokale belanghebbenden geven we het openruimtebeleid, het plattelandsbeleid en het mestbeleid vorm en voeren we het uit op het terrein. Zo dragen we samen met onze partners bij aan de realisatie van de Europese en Vlaamse natuur-, plattelands- en milieudoelen.

De VLM werd opgericht in 1988 en stelt ongeveer 600 personeelsleden te werk via 6 kantoren te Brugge, Gent, Brussel, Leuven, Herentals en Hasselt.

De foto's in onze perskamer zijn eigendom van de Vlaamse Landmaatschappij. Het gebruik van die foto's is toegestaan mits bronvermelding (copyright Vlaamse Landmaatschappij).

Vlaamse Landmaatschappij
Leen Van den Bergh
Woordvoerder VLM
Koning Albert II laan 15
1210 BRUSSEL