Start bemestingsseizoen: slim bemesten loont voor bodem en opbrengst

Sinds 2024 moet vloeibare mest emissiearm worden aangewend, waarbij spreiden en inwerken in één werkgang (zoals met een mestinjecteur) of direct na elkaar gebeurt. ©Vlaamse Landmaatschappij

Minister Brouns besliste omwille van de weersomstandigheden de uitrijregeling op grasland te vervroegen naar 9 februari. Voor alle andere gewassen start het bemestingsseizoen op de eerder gecommuniceerde datum: 16 februari. Stalmest toedienen kon al vanaf 16 januari. Voor maïs en aardappelen zonder voorteelt blijft de startdatum 16 maart.

Bemesten op grasland (zowel voorteelt als hoofdteelt) kan vanaf 9 februari met meststoffen van type 2, waaronder drijfmest en digestaat. Voor alle type 3 meststoffen is bemesting pas mogelijk vanaf 16 februari. Het is daarbij belangrijk om rekening te houden met de draagkracht van het perceel. Is het te nat, wacht dan met bemesten. Het risico op schade en bodemverdichting is namelijk te groot, met zompige percelen en slechte grasgroei tot gevolg. Beperk daarnaast de dosis. Het gras is namelijk nog maar net gestart met groeien. ​

Zes principes van slim bemesten

De basisregel blijft: bemest enkel wanneer de bodem en het gewas het toelaten. Houd rekening met de draagkracht van de bodem. Is het perceel nog te nat, wacht dan nog met bemesten. Daarnaast zijn er nog enkele aandachtspunten: ​

  1. Kies de meststof die het best past bij het gewas. Laat een mestanalyse uitvoeren.
  2. Stem de hoeveelheid af op de behoefte van het gewas met behulp van een bodemanalyse en bemestingsadvies.
  3. Bemest op het moment dat het gewas de nutriënten effectief kan opnemen.
  4. Kies ​ een geschikte uitrijtechniek, zoals injectie of precisiebemesting, om verliezen te beperken.
  5. Breng meststoffen nauwkeurig aan op de teelt zelf en vermijd overlap.
  6. Pas een doordachte teeltrotatie toe om de bodem gezond te houden en ziekten te beperken.

Ontdek alle tips in onderstaande video.

Wat is er nieuw sinds MAP 7? ​

  • Voor maïs en late aardappelen zonder voorteelt start de uitrijperiode pas op 16 maart.
  • De AGR-GPS-app is verplicht bij burenregelingen voor vloeibare mest en bij transport van vaste mest naar mestverwerking.
  • Tussen 1 juli en 31 december is AGR-GPS ook verplicht voor eigen mest op eigen grond.
  • In gebiedstypes 2 en 3 moet vloeibare mest in diezelfde periode via een erkend mestvoerder worden vervoerd, behalve voor grasland en blijvende teelten.
  • De maximale stikstofnorm werd verlaagd in de gebiedstypes 1, 2 en 3. De reductie kan (gedeeltelijk) gecompenseerd worden via duurzame terugverdienpraktijken.
  • Gebruik van kantstrooitechnieken bij het strooien van vaste kunstmest en driftreductie bij vloeibare kunstmest wordt verplicht in de loop van 2026.

Daarnaast blijft emissiearm aanwenden van mest verplicht. Dat kan via verschillende toestellen (injectie, zodenbemester, sleufkouter, …), maar ook door onmiddellijk onderwerken. Bij onmiddellijk onderwerken gebeurt het spreiden en inwerken van de meststoffen ofwel in één werkgang, ofwel met twee vervoerscombinaties. ​

Praktijkvoorbeeld: beredeneerd bemesten, teeltrotatie en vanggewassen zorgen voor lage nitraatresidu’s

Landbouwer Jan Lamberts uit Londerzeel toont aan dat doordachte bemesting werkt. Door teeltrotatie, vanggewassen en het volgen van bemestingsadviezen behaalt hij goede opbrengsten met beperkte mestgiften en gunstige nitraatresidu’s. ​

“Ik heb zelf al ondervonden dat je geen grote hoeveelheden moet opbrengen om een goede opbrengst te hebben. Doorgaans breng ik in het voorjaar wat drijfmest op, aangevuld met een klein beetje kunstmest. En dan bemest ik bij afhankelijk van wat de vrucht nodig heeft. Bemestingsadviezen volg ik wel op, zeker voor suikerbieten en aardappelen. Bladbemesting reserveer ik voor aardappelen. Op tarwe voer ik bijna geen dierlijke mest op.” Ontdek het verhaal van Jan

Gratis ondersteuning via B3W

Begeleidingsdienst B3W biedt landbouwers ondersteuning via tips, infofiches, tools en workshops rond beredeneerd bemesten en bodemzorg. Op de website (www.b3w.vlaanderen.be) zijn onder meer een meststofkiezer en boekjes rond basisbemesting voor aardappelen en groenten te vinden. ​

Meer info

 

Leen Van den Bergh

Woordvoerder VLM

 

Contacteer ons

Leen Van den Bergh

Woordvoerder VLM

Juul Adriaens

Adjunct-woordvoerder VLM

Els Seghers

Adjunct-woordvoerder VLM

Persberichten in je mailbox

Door op "Inschrijven" te klikken, bevestig ik dat ik het Privacybeleid gelezen heb en ermee akkoord ga.

Over Vlaamse Landmaatschappij

De NV Vlaamse Landmaatschappij is een Extern Verzelfstandigd Agentschap van de Vlaamse overheid onder de bevoegdheid van de Vlaams minister van Omgeving en Landbouw en van de Vlaams minister van Binnenland, Steden- & Plattelandsbeleid, Samenleven, Integratie & Inburgering, Bestuurszaken, Sociale Economie en Zeevisserij.  

Onder het motto ‘Samen versterken we de open ruimte’ maakt de VLM werk van een milieu- en natuurvriendelijke landbouw, een klimaatrobuuste open ruimte en een vitaal platteland. Daarvoor verbinden we landbouw- en milieudoelen, investeren we in complexe openruimtedossiers en faciliteren we samenwerkingsverbanden. Zo bieden we een antwoord op maatschappelijke uitdagingen zoals de klimaatverandering, de achteruitgang van de bodem- en waterkwaliteit, de afname van de biodiversiteit en de leefbaarheid op het platteland.

Samen met lokale en bovenlokale belanghebbenden geven we het openruimtebeleid, het plattelandsbeleid en het mestbeleid vorm en voeren we het uit op het terrein. Zo dragen we samen met onze partners bij aan de realisatie van de Europese en Vlaamse natuur-, plattelands- en milieudoelen.

De VLM werd opgericht in 1988 en stelt ongeveer 600 personeelsleden te werk via 6 kantoren te Brugge, Gent, Brussel, Leuven, Herentals en Hasselt.

De foto's in onze perskamer zijn eigendom van de Vlaamse Landmaatschappij. Het gebruik van die foto's is toegestaan mits bronvermelding (copyright Vlaamse Landmaatschappij).

Neem contact op met