Skip to Content
Wat leren we uit het Mestrapport 2021?

Wat leren we uit het Mestrapport 2021?

Uit het jongste Mestrapport blijkt dat de waterkwaliteit in landbouwgebied slecht blijft. Speelt de klimaatverandering een grote rol of moeten we de oorzaak elders zoeken? We steken ons licht op bij Bart De Schutter (afdelingshoofd Mestbank) en Koen Desimpelaere (diensthoofd Mestbeleid).

Gaat de waterkwaliteit gebukt onder de klimaatverandering?

Koen: “Het nitraatgehalte in het water is een samenspel van verschillende aspecten: de hoeveelheid nitraat die achterblijft in de bodem na de oogst, de mate waarin die nitraten uitspoelen en de afbraak van nitraat in de ondergrond. Het weer beïnvloedt de uitspoeling van nitraat en daar heeft de landbouwer uiteraard geen grip op. Het weer beïnvloedt daarnaast, zij het ten dele, de hoeveelheid nitraat die achterblijft in de bodem. Op hoeveel nitraat achterblijft in de bodem, heeft de landbouwer wel impact. Uit recent onderzoek blijkt immers dat met het toepassen van de juiste bemestingspraktijken en -technieken, de landbouwers nu al kunnen inspelen op het wijzigende klimaat zoals droogte en tegelijk hun meststoffenverliezen kunnen doen dalen. Als ze dat onvoldoende doen, zien we de nitraatgehaltes omhoog gaan. Dat zien we de 3 laatste jaren gebeuren. Klimaatverandering en daar gepast op inspelen vormt dus zeker een uitdaging voor de landbouwers om nutriëntenverliezen te beperken, maar het kan.”

Passen de land- en tuinbouwers de juiste bemestingspraktijken en -technieken toe?

Bart: “Uit de controles die we als Mestbank uitvoeren, merken we heel wat ruimte voor verbetering. Uit de resultaten van de nitraatresidumetingen blijkt dat er nog te veel nitraat achterblijft in de bodem. Het zijn die nitraten die in de winter uitspoelen naar het oppervlakte- en grondwater. Door bewuster met de bemesting om te gaan in functie van de behoefte van de plant is hier nog heel wat marge voor verbetering. We merken dat ook tijdens de bedrijfsdoorlichtingen, waarbij we op zoek gaan naar nutriëntenverliezen en waarbij we maatregelen opleggen om die te beperken. Onze bedrijfsdoorlichters stellen al te vaak vast dat nog te veel tuinbouwers meer bemesten dan de bemestingsadviezen voorschrijven. De redenering is: liever wat te veel dan te weinig om zeker geen opbrengst- en kwaliteitsverlies te hebben. Nochtans toont wetenschappelijk onderzoek aan dat meer bemesten niet nodig is.

Cruciaal is een bodemanalyse in het voorjaar. Zo wordt duidelijk hoeveel de bodemvoorraad aan nutriënten bedraagt. Ik ben ervan overtuigd dat nog heel wat winst te boeken valt als de land- en tuinbouwers met die gegevens aan de slag gaan. Het is belangrijk om op het juiste tijdstip de juiste dosis mest te gebruiken met de juiste techniek.”

Bart De Schutter:
Bart De Schutter: "Uit de controles die we als Mestbank uitvoeren, merken we heel wat ruimte voor verbetering."

Kunnen gewoontes worden doorbroken? En zie je ook een oplossing in innovatie?

Koen: Heel zeker. Ik geloof heel sterk in innovatie en dat hoeft heus niet zo exotisch te zijn. Ik zie in verschillende sectoren eenvoudige oplossingen die binnen handbereik liggen. Ze vergen niet zoveel moeite maar vinden toch moeilijk ingang. Mijn stokpaardje is de onderzaai van gras in mais. Ik daag de maisboeren -en dat zijn er veel- uit om hiervan werk te maken en te tonen dat ze het kunnen. En ze zullen het kunnen. De praktische kennis is er en de loonwerkers zijn bereid om hun machines aan te passen. Dat wil ik binnen 3 jaar afvinken als gerealiseerd! En waarom? Omdat die techniek de nitraatuitspoeling in de mais volledig kan oplossen. Dat mogen we niet laten liggen. En ik kan nog een 10-tal voorbeelden opsommen van hoe we met een eenvoudige aanpak de problemen kunnen oplossen. De grote uitdaging is wel: hoe brengen we die aan de man en vrouw? Begin dit jaar richtte de VLM de begeleidingsdienst voor Betere Bodem- en Waterkwaliteit (B3W) op. Alles bij B3W is erop gericht dat land- en tuinbouwers van elkaar leren en ervaringen uitwisselen. Onderzoek toont aan dat landbouwers het best nieuwe praktijken oppikken als ze die leren van hun gelijke. Zo kunnen vastgeroeste gewoontes worden doorbroken en dat moet in veel gevallen nog gebeuren.”

Koen Desimpelaere:
Koen Desimpelaere: "Mijn stokpaardje is de onderzaai van gras in mais. Ik daag de maisboeren uit om hiervan werk te maken en te tonen dat ze het kunnen." ​

Het voorbije jaar was er heel wat te doen rond mestfraude. Hoe gaat de Mestbank daarmee om?

Bart: “In Vlaanderen wordt meer mest geproduceerd dan op een milieukundig verantwoorde wijze op de gronden kan worden opgebracht. Het teveel aan mest moet op een andere manier afgezet worden. Daaraan is een kost verbonden, wat het geheel fraudegevoelig maakt. Om kosten te vermijden wordt de mest niet of onvolledig verwerkt. Daardoor worden in realiteit veel meer nutriënten op de gronden opgebracht dan toegelaten. Dat is nefast voor de leefomgeving. Mestfraude is echt een slag in het gezicht van alle betrokkenen die wel inspanningen leveren om de waterkwaliteit te verbeteren. Daarom zetten we als Mestbank sterk in op het blootleggen en stoppen van die praktijken. Zo zetten we sterker in op risicogestuurde metingen van de producten van de mestverwerking en voeren we meer onaangekondigde controles uit. Daarnaast moet vanaf 1 januari 2022 elke mestverwerkings- en bewerkingseenheid uitgerust zijn met digitale debietmeters. Zo kunnen zowel de aan- als afvoer, als de interne stromen opgevolgd worden. Ik ben erg tevreden dat ook de gerechtelijke instanties zich hierin vastgebeten hebben zoals blijkt uit de twee grootschalige acties die in de loop van 2021 leidden tot aanhoudingen.”

Bart De Schutter:
Bart De Schutter: "Mestfraude is een slag in het gezicht van alle betrokkenen die wel inspanningen leveren om de waterkwaliteit te verbeteren. Daarom zetten we als Mestbank sterk in op het blootleggen en stoppen van die praktijken."

Waar zet de Mestbank de komende jaren op in?

Bart: “De kerntaak van de Mestbank is het beter doen naleven van de mestwetgeving. We geven dat vorm door te werken op 2 sporen. We informeren de landbouwers en daarnaast stellen we controleprogramma’s op en rollen we die uit. Het Mestbankloket vormt het kloppend hart van onze informatiestrategie. Dat digitale loket is de draaischijf voor de gegevensuitwisseling tussen de Mestbank en de land- en tuinbouwers, in 2 richtingen. We zetten stappen naar een verdere automatisering en digitale gegevensuitwisseling om de kwaliteit van de data en de opvolging te verbeteren. Concreet maken we in 2021 werk van een berichtenbox waardoor de communicatie gestroomlijnder en gerichter zal kunnen verlopen. Verder zetten we op het vlak van controle verder in op innovatieve technieken zoals het gebruik van satellietbeelden en het koppelen van de beschikbare datastromen. Ik denk bijvoorbeeld aan de analyse van AGR-GPS-signalen en de informatie die we verzamelen via de debietmeters van de mestverwerking. Ook het recent ingevoerde digitale kunstmestregister biedt mogelijkheden om gerichte controles uit te rollen.

We staan aan de vooravond van MAP 7. Dat wordt een erg belangrijke oefening om de Vlaamse landbouw in evenwicht te brengen met de ecologische en landschappelijke draagkracht van de omgeving. Het is geen geheim dat we nog niet zijn waar we moeten zijn. De voorbije 3 decennia is de waterkwaliteit ontegensprekelijk verbeterd. Maar de laatste jaren blijft ze in het beste geval ter plaatste trappelen, of gaat ze achteruit. En daarbij rijst de vraag of de huidige recepten volstaan om die kwesties aan te pakken. Het laaghangend fruit is immers geplukt. We moeten grijpen naar andere oplossingen als we de doelstellingen willen bereiken.

Als Mestbank zetten we graag mee onze schouders onder een effectieve, handhaafbare regelgeving gebaseerd op wetenschappelijk inzicht en fijnmazige modellen. Verder bouwend op de goede dingen van de huidige regelgeving, niet te beroerd om te stoppen met onderdelen die niet werken en door nieuwe maatregelen naar voren te schuiven.”

Wat ligt op de plank van de dienst Mestbeleid?

Koen: “De Vlaamse landbouw blijft een van de slechte leerlingen van Europa als we kijken naar hun bijdrage aan de nitraatgehaltes in het grond- oppervlaktewater. In het recente nitraatrapport van de Europese Commissie staat dat Vlaanderen behoort tot de regio’s met de grootste uitdagingen om de nitraatverontreiniging vanuit de landbouw aan te pakken. Op zich hoeft dat niet te verbazen want dat is eigen aan intensieve landbouwregio’s."

Koen Desimpelaere:
Koen Desimpelaere: "Het is mijn droom om tegen 2027 te stoppen met het mestbeleid omdat dat zou betekenen dat we de waterkwaliteitsdoelstellingen overal hebben bereikt."

Koen: "De uitdaging is om met MAP 7, dat zal lopen van 2023 tot en met 2026, de kloof tot de waterkwaliteitsdoelstellingen te dichten. Dat gaan we doen met goed onderbouwde onderzoeken en modelberekeningen. Het is mijn droom om tegen 2027 te stoppen met het mestbeleid omdat dat zou betekenen dat we de waterkwaliteitsdoelstellingen overal hebben bereikt. Daar snakt iedereen naar, de landbouwers niet in het minst. "We willen maximaal geïntegreerd inzetten op win-winsituaties met klimaat- en natuurdoelen. We willen meedenken en meewerken aan duurzame landbouwvormen die een meerwaarde bieden aan de landbouw, de natuur en het milieu. Waar het leuk werken is voor de boer met eerlijke vergoedingen voor de geleverde maatschappelijke diensten. We zijn begonnen aan dit denkproces en hopelijk leidt dat tot iets moois. De bodemkwaliteit verbeteren op lange termijn blijft een grote uitdaging waar we aan bijdragen.”

Meer info

- Persbericht over Mestrapport 2021

- Mestrapport 2021


 

Over Vlaamse Landmaatschappij

De NV Vlaamse Landmaatschappij is een Extern Verzelfstandigd Agentschap van de Vlaamse overheid onder de bevoegdheid van de Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme.  

Voor de Vlaamse Landmaatschappij zijn een veerkrachtige open ruimte vol leven en een dynamisch platteland het antwoord op uitdagingen als de verstedelijking, de klimaatverandering en de achteruitgang van de biodiversiteit. We versterken de open ruimte en het platteland door te investeren in bodem- en waterkwaliteit, biodiversiteit, ruimte voor voedsel en sociale cohesie. We zorgen voor een kwaliteitsvol landschap en een gezonde omgeving, waar het goed is om te leven en te werken en waar er ruimte is voor ontspanning. 

Samen met lokale en bovenlokale belanghebbenden geven we het openruimtebeleid, het plattelandsbeleid en het mestbeleid vorm en voeren we het uit op het terrein. Zo dragen we samen met onze partners bij aan de realisatie van de Europese en Vlaamse natuur-, plattelands- en milieudoelen.

De VLM werd opgericht in 1988 en stelt ongeveer 600 personeelsleden te werk via 6 kantoren te Brugge, Gent, Brussel, Leuven, Herentals en Hasselt.

De foto's in onze perskamer zijn eigendom van de Vlaamse Landmaatschappij. Het gebruik van die foto's is toegestaan mits bronvermelding (copyright Vlaamse Landmaatschappij).

Vlaamse Landmaatschappij
Leen Van den Bergh
Woordvoerder VLM
Koning Albert II laan 15
1210 BRUSSEL